Rechtlijnige straat van de Luikenaarsstraat naar de Auguste Rodinlaan. Loopt parallel aan de Alfred Gironstraat.

Net als de Alfred Gironstraat werd de Alphonse Hottatstraat aangelegd in het kader van het Plan pour l'ouverture de deux rues entre l'avenue Auguste Rodin et la rue de l'Orge (huidige Luikenaarsstraat) waarvan het tracé werd goedgekeurd bij K.B. van 12.02.1913.

Alphonse Hottat was een filantropisch aannemer die van de gemeente Elsene erkentelijkheid kreeg voor de belangeloze hulp die hij en zijn zonen boden bij het afgraven van een talud, eigendom van de erfgenamen De Neck (die toen zowat over de hele wereld waren uitgezwermd), in het kader van de aanleg van de Auguste Rodinlaan.

Alphonse Hottatstraat 26 (foto 2010).

De straat werd hoofdzakelijk bebouwd tussen 1913 en 1925. Elf bouwaanvragen werden geregistreerd nog voor de aanleg van de straat was bekrachtigd. Daarom werden ze alle op dezelfde dag in februari 1913 goedgekeurd. Deze eerste bebouwing bestond uit burgerwoningen in eclectische stijl, zoals nr. 11 met bewaarde sgraffito in de hoogste bouwlaag (architect Fernand Lefever, 1913). In de jaren 1920 werden vooral aan pare kant appartementsgebouwen in art deco gebouwd, zoals nr. 26 (architect Gustave Gille, 1924) en nr. 34 (architect G. Verheyden, 1925) dat het centrale gebouw moest vormen van een geheel van vijf, dat zou gebouwd worden op initiatief van de Société bruxelloise d'entreprises et travaux. Van dit project werd alleen nr. 34 voltooid. De schaarse nog braakliggende percelen werden in de jaren 1930 en 1940 bebouwd.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAE/OW Historique des rues (1925).
GAE/OW 10.
GAE/OW Q9 Quartier du Cygne.
GAE/DS 11: 12-11; 26: 12-26; 34: 12-34.

Publicaties en studies
Inventaire des sgraffites. Ixelles, GERPM–SC ASBL, s.l., s.d, fiche 27.
Ixelles, Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU, Brussel, 1990, pp. 93-98.

Tijdschriften
HAINAUT, M., ‘Une rue d'Ixelles porte leur nom', Mémoire d'Ixelles, 29, 1988, p. 5.
V. V. T., ‘L'architect L.D. Meunier', Le Document, 8, 1938, p. 158.