Typologie(ën)

kantoorgebouw

Ontwerper(s)

VIVROUX1928

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Traditionalistische architectuur

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 33049
lees meer

Beschrijving

Kantoorgebouw in pseudo-traditionele stijl, naar ontwerp van architect Vivroux van 1928; drie bouwlagen en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...)

Lijstgevel van bak-, natuur- en hardsteen, onder leien pseudozadeldak met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Links risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. uitlopend in volutenSpiraalvormig ornament; meestal gebruikt als aanzetstuk van topgevels, bij deur- en vensteromlijstingen of als steunbeer. onder gebogen waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen.. BarokPeriode: 17e eeuw De barok ontstaat aan het begin van de 17e eeuw in Italië, waar de stijl verbonden is met de Contrareformatie, een beweging van de rooms-katholieke Kerk die haar gezag tegenover het protestantisme wilde herbevestigen. De vormentaal van de antieke architectuur, die tijdens de renaissance werd herontdekt en geherinterpreteerd, wordt op een nieuwe, meer theatrale en expressieve manier toegepast. De barokarchitectuur onderscheidt zich door de afwisseling van concave en convexe oppervlakken, het gebruik van dynamische gebogen lijnen, een uitgesproken decoratieve uitbundigheid, het gebruik van plastische en complexe vormen en door contrasten tussen volle en lege vlakken en tussen licht en schaduw. In Brussel wordt de barok eerst toegepast in de religieuze architectuur en vervolgens in de burgerlijke architectuur. Kerkgebouwen volgen de voorschriften van het Concilie van Trente en worden opgetrokken naar het Romeinse model van de kerk Il Gesù (1568). De barokarchitectuur neemt het grondplan in Latijns kruis over, met een eenvormige ruimte voor de eredienst, een breed uitgewerkte gevel en een rijke decoratie, zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde: uitsprongen, boven elkaar plaatsen van de klassieke orden, frontons met voluten, uitspringende kroonlijsten, nissen geflankeerd door voluten, brede entablementen, pilasters en zuilen met kapitelen geïnspireerd op de antieke orden, toortsen en putti. De barok draagt aan het einde van de 17e eeuw ook bij tot de diversifiëring van de gevels van Brusselse huizen, die evenwel trouw blijven aan de middeleeuwse puntgevel. Die laatste wordt verrijkt met omgekeerde voluten of in- en uitzwenkende vleugelstukken en een gebogen attiek. De gevels worden verdeeld door horizontale en verticale banden die de houten structuur van oudere huizen in steen vertalen. Het decor wordt aangevuld met een brede waaier aan barokke motieven (frontons, balusters, voluten, schelpmotieven, fakkels en gebeeldhouwde cartouches). Baksteen blijft zeer ruim toegepast, en wordt gecombineerd met witsteen en hardsteen, wat zorgt voor reliëfwerking en chromatische effecten. Steen blijft doorgaans voorbehouden voor decoratieve elementen en dragende onderdelen (plinten, hoekkettingen, gebogen lintelen, deuromlijstingen). Aan het einde van de 17e eeuw wordt het decor onder Franse invloed verder ontwikkeld en evolueert de barokstijl naar een classicerende barokstijl(gebogen en naar binnen gekrulde vleugelstukken, decoratieve vazen, guirlandes enz.). en Lodewijk-XV geïnspireerde poort en deur, en boogramen op de begane grond; rechthoekige twee- en vijflichten op de bovenverdiepingen.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 36592 (1928).