Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
herenhuis
drukkerij
drukkerij
Ontwerper(s)
Jules LIBOIS – architect – 1923
INCONNU - ONBEKEND – 1858-1876
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neoclassicisme
Beaux-Artsstijl
Onderzoek en redactie
2013-2014
id
Urban : 22592
Beschrijving
Op de hoek met de Paleizenstraat, herenhuis in neoclassicistischeVan 1775 tot jaren 1840.
Het neoclassicisme – voor interieur ook Lodewijk XVI-stijl genoemd, naar
Lodewijk XVI – ontstaat in Frankrijk in de tweede helft van de 18e eeuw en
verspreidt zich snel over Europa. In Brussel bestrijkt de stijl hoofdzakelijk
de periode 1775 tot de jaren 1840, al blijft zij tot aan de vooravond van de
Eerste Wereldoorlog opduiken.
In het Vlaamse landsgedeelte wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen het
18e-eeuwse classicisme (ontstaan tijdens het Ancien Régime) en het
neoclassicisme van de vroege 19e eeuw, dat hier geleidelijk uit voortvloeit. Na
de Franse Revolutie en tijdens de Franse en Nederlandse periode evolueert de
samenleving naar een burgerlijke maatschappij, wat zich vertaalt in een
aangepaste architectuur en een nieuw cliënteel.
Typologisch evolueert de bebouwing van 18e-eeuwse huizen met twee à drie
bouwlagen (waarbij de derde vaak een mezzanine is) naar 19e-eeuwse gevels met
drie à vier volwaardige niveaus. Naast grootschalige stadsuitbreidingen worden
bestaande woningen regelmatig verbouwd tot classicistische herenhuizen met een
nieuwe, symmetrische lijstgevel. Deze gevels beantwoorden aan de
proportieregels van de antieke bouwkunst en functioneren soms als schermgevel,
los van de achterliggende structuur.
Het neoclassicisme vindt zijn theoretische basis in een hernieuwde
belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid, gestimuleerd door de
opgravingen in Pompeï en Herculaneum en door de culturele praktijk van de Grand
Tour. Onder invloed van de Verlichting streeft men naar harmonie, eenvoud,
rationaliteit en een sobere ornamentiek, als reactie op barok en rococo.
De stijl is meer dan een vormentaal: zij gaat gepaard met een rationele
herinrichting van de stad (embellissement), waarbij esthetische, hygiënische en
praktische aspecten samenkomen. Rechte straten, perspectieven en uniforme
gevelwanden bepalen het stadsbeeld. In Brussel leidt dit tot een doorgedreven
uniformisering van bepleisterde en beschilderde gevels. Vanaf 1812 worden enkel
lichte tinten toegestaan; vanaf 1818 verplicht de stad de zogenaamde
pierre-de-france-kleur, wat bijdraagt tot het beeld van de 19e-eeuwse “witte”
stad.
Kenmerkend is de bepleisterde en beschilderde lijstgevel, vaak wit of licht
gekleurd, soms gecombineerd met hard- of witsteen. De compositie is strikt
symmetrisch opgebouwd. Muuropeningen zijn meestal rechthoekig, soms
steekboogvormig; rondbogen komen voor als accent, bijvoorbeeld in een
toegangstravee. De gevel wordt horizontaal geleed door cordonlijsten en
bekroond met een vooruitspringende kroonlijst, vaak voorzien van modillons
en/of tandlijst. Samen met fries en architraaf vormt dit het klassiek
geïnspireerde hoofdgestel.
Decoratieve elementen – indien aanwezig – verwijzen naar de antieke vormentaal:
pilasters, kolommen, frontons, trigliefen, medaillons, guirlandes of urnen.
Toch zijn vele gevels, vooral in het begin van de 19e eeuw, opvallend sober. In
prestigieuzere woningen verschijnt een balkon, aanvankelijk met smeedijzeren
borstwering en vanaf het midden van de 19e eeuw steeds vaker in gietijzer.
In Brussel wordt het neoclassicisme toegepast in zowel grootschalige
stedenbouwkundige projecten als in particuliere woningbouw, publieke gebouwen
en religieuze architectuur, en draagt het in sterke mate bij tot de coherentie
en homogeniteit van het straatbeeld. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn
het Martelarenplein (het vroegere Sint-Michielsplein, 1774–1776), de
Koningswijk (1774–1782), de Nieuwe Graanmarkt (1787), de omgeving van De Munt
(1817–1822), het Barricadenplein (het vroegere Oranjeplein, 1825) en het Groot
Godshuis met de omliggende wijk (1827), evenals de heraanleg van de omgeving
van de vroegere stadspoorten.
Naast gewone woningen en herenhuizen leent de stijl zich uitstekend voor
monumentale en representatieve gebouwen, zoals publieke en religieuze
instellingen, kastelen, paleizen en academies. In Brussel worden bovendien
talrijke oudere dwarshuizen aangepast aan de nieuwe smaak: hun puntgevel wordt
vervangen door een sobere, symmetrische lijstgevel. Ook in de omliggende
dorpskernen blijkt het neoclassicisme bijzonder geschikt voor de oprichting of
vernieuwing van bescheiden woningen, dankzij zijn heldere opbouw en ingetogen
vormentaal. stijl met invloed van de Lodewijk XVI-stijl, gebouwd tussen 1858 en 1876. Het huis geeft toegang tot een groot complex uit 1923 dat zich achter nr. 13 en 14 van het plein en 265, 267 van de Paleizenstraat uitstrekt. Dit complex, in Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930
De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl
waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École
des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt
de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de
tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de
18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en
neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van
Parijs in 1900.
De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk
via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect
Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling.
Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het
Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op
de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote
Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken.
De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen,
luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze
semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een
respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels
in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met
elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes,
mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur
onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het
intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en
inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de
plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende
vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw,
wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door
het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere
circulatie binnen het huis. met invloed van de Lodewijk XV-stijl, werd ontworpen i.o.v. het ministerie van Financiën door architect Jules Libois en huisvestte een postzegeldrukkerij.
Aan de straatkant, herenhuis (A) van twee bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Paleizenstraat en zes aan het plein, de laatste met de inrijpoort. Onderdorpels van de benedenverdieping op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Op de verdiepingen, drie muuropeningen onder kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).: twee glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter een balkon met balustradeHekwerk van spijlen of balusters. en een blindZonder opening; blind venster, schijnopening. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en rolluikkasten op de verdiepingen bewaard. Beglaasde metalen deur van latere datum. Oorspronkelijk raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. op de verdieping.
Achter de inrijpoort, rondboogdeur achter een trappenpartij met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuningen, boven een dienstingang.
Achteraan, voormalige conciërgewoning (B) die de binnenplaats van het herenhuis afscheidt van de gebouwen van het ministerie. L-vormig gebouw van twee bouwlagen, in baksteen en hardsteen, met een inrijpoort onder I-balkenIJzeren latei met I-profiel.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. bewaard.

Binnen het huizenblok, kantoren, ateliers en magazijnen (C, D, D1) ingedeeld in drie volumes rond een binnenplaats. Gevels in baksteen en hardsteen. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard.
In het midden, volume van twee bouwlagen onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. (C), waarin zich oorspronkelijk de bureaus en een sorteerzaal bevonden. Hoofdgevel met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gevolgd door een voorbouw. Beglaasde smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… deur achter een trappenpartij.
Langs het volume met de bureaus hebben de twee overige volumes (D, D1) slechts één bouwlaag onder metalen gebinte. Het linkervolume huisvestte de “ontvangsthal”, een “papiermagazijn” en de “machinehal”. Het L-vormige rechtervolume huisvestte de “verzendingshal”, een “postzegelmagazijn” en de “technische ruimte”. Elk volume heeft, haaks op de gevel van de vleugel met de bureaus, een halve gevel met gewelfde trappen en bolvormige topstukken. Elke gevel is voorzien van een arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., thans blindZonder opening; blind venster, schijnopening., die toegang gaf tot de ontvangst- of verzendingshal.
Op nr. 269 Paleizenstraat (E), ontworpen in 1947, ook door Jules Libois, gebouw voor kantoren gevolgd door een langwerpig volume met gewelfde magazijnen onder daklichten van glastegels.
Aan de straatkant, herenhuis (A) van twee bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Paleizenstraat en zes aan het plein, de laatste met de inrijpoort. Onderdorpels van de benedenverdieping op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Op de verdiepingen, drie muuropeningen onder kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).: twee glasdeurenDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter een balkon met balustradeHekwerk van spijlen of balusters. en een blindZonder opening; blind venster, schijnopening. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en rolluikkasten op de verdiepingen bewaard. Beglaasde metalen deur van latere datum. Oorspronkelijk raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. op de verdieping.
Achter de inrijpoort, rondboogdeur achter een trappenpartij met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuningen, boven een dienstingang.
Achteraan, voormalige conciërgewoning (B) die de binnenplaats van het herenhuis afscheidt van de gebouwen van het ministerie. L-vormig gebouw van twee bouwlagen, in baksteen en hardsteen, met een inrijpoort onder I-balkenIJzeren latei met I-profiel.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. bewaard.

Binnen het huizenblok, kantoren, ateliers en magazijnen (C, D, D1) ingedeeld in drie volumes rond een binnenplaats. Gevels in baksteen en hardsteen. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard.
In het midden, volume van twee bouwlagen onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. (C), waarin zich oorspronkelijk de bureaus en een sorteerzaal bevonden. Hoofdgevel met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gevolgd door een voorbouw. Beglaasde smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… deur achter een trappenpartij.
Langs het volume met de bureaus hebben de twee overige volumes (D, D1) slechts één bouwlaag onder metalen gebinte. Het linkervolume huisvestte de “ontvangsthal”, een “papiermagazijn” en de “machinehal”. Het L-vormige rechtervolume huisvestte de “verzendingshal”, een “postzegelmagazijn” en de “technische ruimte”. Elk volume heeft, haaks op de gevel van de vleugel met de bureaus, een halve gevel met gewelfde trappen en bolvormige topstukken. Elke gevel is voorzien van een arcadeEén of meerdere bogen, steunend op zuilen of pijlers; kan ook blind zijn., thans blindZonder opening; blind venster, schijnopening., die toegang gaf tot de ontvangst- of verzendingshal.
Op nr. 269 Paleizenstraat (E), ontworpen in 1947, ook door Jules Libois, gebouw voor kantoren gevolgd door een langwerpig volume met gewelfde magazijnen onder daklichten van glastegels.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 40159, 57462.
Kaarten / plannen
POPP, P. C., Atlas du Royaume de Belgique, plan parcellaire de la commune de Schaerbeek, ca. 1858.
Plan de la commune de Schaerbeek 1876, Nationaal Geografisch Instituut.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid













