Van Waversesteenweg naar Sint-Pietersplein.

De straat werd in 1893 aangelegd (K.B. 1883) op het 'Broebelaerspad', dat langs de Broebelaar liep en de Waversesteenweg met de Baron Lambertstraat verbond. Het gedeelte tussen de Waversesteenweg en de Oudergemlaan, oorspronkelijk Broebelaerstraat (rue du Broebelaer) was voltooid in 1895 en kreeg toen haar huidige benaming (naar Louis Hap, burgemeester in Etterbeek in 1861).

Dit gedeelte werd langs de gronden van de familie Hap aangelegd, wat doet vermoeden dat de straat werd aangelegd uit speculatieve overwegingen.
Het stuk tussen de Oudergemlaan en de Kolonel Van Gelestraat dateert van de jaren 1880 (K.B. 1885). Het gedeelte tussen de Kolonel Van Gelestraat en het Sint-Pietersplein werd in het begin van deze eeuw aangelegd (vóór 1906); het oude pad en de beek verdwenen in 1885.

In het begin van de straat bevinden zich voormalige ateliers en opslagplaatsen. Deze ateliers werden herhaaldelijk vergroot, o.a. in 1908, 1938, 1939 (gevel L. Hapstraat) en in 1947 (gevel Sint-Pieterssteenweg).

Bepalend voor het straatbeeld zijn echter de eclectische panden, al dan niet opgetrokken als ensemble, enerzijds van neoclassicistische inspiratie met bepleisterde en beschilderde lijstgevels, horizontaal geleed door o.a. kordons, veelal met twee, drie of vier bouwlagen en twee of drie traveeën, een aantal gevels met recent vernieuwd parement. Tot de best bewaarde voorbeelden behoren nr. 8, 10, 20 tot 28 met twee bouwlagen gebouwd volgens het schema van de Posschierstraat nr. 25, 27, 39, 48, 50-52 (hoekgebouwen Richard Kipsstraat), 54 (1902 n.o.v. arch. A. DIERICKX), 74, 89 (1901), 90 tot 94 met drie bouwlagen, 91, 169 (1912, n.o.v. arch. A. GOSSIAUX met schijnvoegen op benedenverdieping) en ten slotte nr. 242 (1902).
Anderzijds eclectische panden met vaak bakstenen gevels, eventueel horizontaal geaccentueerd door banden, soms als ensemble opgetrokken. Tot de meest markante voorbeelden behoren nr. 35, 37 (nr. 35 met gedenkplaat 'OCTAVE GRILLAERT / COMPOSITEUR / 1905-1979 / A HABITÉ ICI / DE 1958 A SA MORT'), 41 tot 47 (muuropeningen onder I-balk), 96, 98 (1907, n.o.v. arch. C. COOMANS met gebosseerde plint), nr. 109 tot 117 met al dan niet verbouwde winkelpui, gevels horizontaal geleed door banden, soms tweelichten op de verdiepingen; nr. 162 (1911), 164 (1911), 203 (1908), 205, 209 (1910, verhoogd met één bouwlaag in 1928), 211 (1909), 214, 235 (1911, verhoogd met één bouwlaag, fraaie rondboogvormige tweelichten).

Ten slotte enkele panden uit het interbellum, zie nr. 216 (1923, n.o.v. arch. Jean FINNÉ), 239 (1925, n.o.v. arch. P. ONGENAE) en enkele moderne appartementsgebouwen zoals nr. 102-118 met vijf bouwlagen (1975, n.o.v. arch. J. DE MESMAEKER), gebouwd in opdracht van De Etterbeekse Haard, zie opschrift 'MR. LEON DEFOSSET DEPUTE BOURGMESTRE D'ETTERBEEK A POSÉ LA 1 ère PIERRE DE CES IMMEUBLES DU FOYER ETTERBEEKOIS LE 9.6.1976' en nr. 198-200 (1968).
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven

AR 412.
DOW f° 3.
GAEtt./OW 12284 (1901), 13890, 14099 (1902), 1913 (1907), 3867 (1908), 3203 (1909), 438 (1910), 198 (1911), 1130, 2329, 2509 (1911), 2599 (1912), 4140 (1923), 6947 (1925), 1919 (1928), 39/3140 (1938), 272 (1939), 742 (1947), inschr.reg. 2258 (1968), 2733 (1975).
GR 30.01.1898.
KB 16.05.1883, 03.12.1885, 18.01.1893.
RC 1903, pp. 441 en 470; 1912, p. 9; 1913, p.10.