Bekijk de weerhouden gebouwen
Van Tervurenlaan (ter hoogte van Prinses J. de Mérodesquare) naar Sint-Michielslaan.
Straat met gebogen tracé aangelegd in het kader van de ontwikkeling van een nieuwe wijk in de buurt van de Tervuurse Poort (1896-1899).

Het eerste deel, tussen de Tervurenlaan en de Sint-Pieterssteenweg, dateert van 1896 en maakte deel uit van het ,,plan d'ensemble" van de Tervurenlaan.
Het tweede stuk werd in begin XX doorgetrokken (in 1906 bevonden zich hier twaalf huizen).

Het oudste huis (1897) vormt nr. 22, waarvan de oorspronkelijke gevel heden verborgen gaat achter een parement van baksteen en verbouwd werd tot winkelpui op de begane grond. Deze woning behoorde toe aan Felix Torrekens, die tussen 1898 en 1907 eveneens nr. 24 tot 32 liet optrekken, een neoclassicistisch geïnspireerd ensemble volgens repeterend schema met panden van telkens twee bouwlagen + souterrain en twee of drie traveeën.

In een eerste bouwfase (tot 1914) werden anderzijds burgerwoningen gebouwd in eclectische of Beaux-Artsstijl, waaronder drie grote ensembles, nr. 13 tot 27, 34 tot 46 en 111 tot 117.

Vele panden uit de jaren 1920-1930 dragen zowel de stempel van de art deco als van de Beaux-Arts. Opmerkelijk zijn nr. 29 (gedateerd "1924" en getekend door arch. J.J. VAN DEN ENG, met gecementeerde en beschilderde gevel van vier bouwlagen, verdiepingen ingeschreven tussen pilasters en gedomineerd door een gestapelde bow-window) en nr. 59, opgetrokken in 1933 n.o.v. arch. MARCHAL uit Charleroi.

Vermeldenswaardig is ook de belangrijke rol van arch. Eugène A. LINSSEN die niet minder dan dertien huizen voor deze straat zou bouwen, de eerste twee, waaronder zijn eigen woning, in 1912 (nr. 25, 27), de overige in de jaren 1920. Het merendeel hiervan werd uitgevoerd in Beaux-Artsstijl, behalve nr. 94 tot 102, twee appartementsgebouwen en drie ééngezinswoningen i.o.v. de aannemers E. FRANÇOIS & Fils die een lichte art-deco-invloed vertonen, evenals zijn tweede persoonlijke woning, nr. 56A, die opgetrokken was in een neo-Vlaamse barokstijl.

Bronnen

Archieven

GAEtt./OW 7043 (1897), 8282 (1898), 9738 (1899), 15057 (1903), 969 (1906), 2631 (1907), 386, 3812 (1908), 1425, 3029, 3440, 3576 (1909), 815 (1910), 2603 (1911), 2707, 3655 (1912), 3575 (1923), 4589, 5885 (1924), 6149 (1925), 3994 (1933).
K.B. 6.2.1896, 5.11.1896, 6.5.1899.
RC 1903, p.79.

Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, p. 68.