Onderzoek en redactie
Bekijk de weerhouden gebouwen
De Molenbeekstraat is een bochtige verkeersader die de
Koninginnelaan en de Stefaniastraat verbindt met de Dieudonné Lefèvrestraat. De
straat kruist de Maria-Christinastraat, het Roodhuisplein, de Drootbeekstraat
en de de Wautierstraat.
De
straat vindt haar oorsprong in een oude weg die al te zien is op het plan van
J. van Deventer, opgesteld rond 1550, en die het dorp Laken met het dorp
Molenbeek verbond. Die weg heette vroeger de Weg van Laken naar Molenbeek of de Drootbeek Straet en begon aan de huidige
Paleizenstraat over de Bruggen. Het eerste straatdeel, dat van de rest van de weg werd afgescheiden
door de Koninginnelaan en de spoorlijn Brussel-Gent, werd in 1935 tot Arthur
Cosynstraat herdoopt. De straat werd rechtgetrokken en verbreed krachtens de K.B.’s
van 26.07.1866 en 15.07.1874. Tijdens de bouw van het station van Tour & Taxis
werd het laatste straatdeel, tussen de Dieudonné Lefèvrestraat en het kruispunt
van de Samberstraat, de Rotterdamstraat en de Laekenveldstraat, op grondgebied Molenbeek,
verwijderd bij beslissing van het College van 07.01.1910.
Tot midden 19e eeuw was de straat amper bebouwd. Onder
de bouwwerken bevonden zich landelijke eigendommen, zoals Hof te Drootbeek, op de hoek met de gelijknamige straat, een
landhuis dat tot de 14e eeuw terugging en midden 19e eeuw werd verbouwd tot
klooster en pensionaat van de zusters Ursulinen, thans onder meer het Collège la Fraternité en de Ecole
Sainte-Ursule (zie nr.173, 175). Ertegenover, op
de hoek met de de Wautierstraat, zijn nog een oud landhuis van vóór 1830 en
zijn bijgebouw bewaard gebleven; ze zijn opgenomen in de bouwlijn van de Molenbeekstraat
(zie de Wautierstraat nr.121, 125).
De huizen in de straat dateren hoofdzakelijk uit de jaren
1860 tot de jaren 1900, in overwegend neoclassicistische stijl tijdens de
eerste decennia en nadien meestal in eclectische stijl. Vermelden
we nr.127 als goed bewaard voorbeeld
van de eerste stijl, en nr.110,
112 (ca. 1900) voor de tweede. Op nr.76 leverde een huis met invloed van de art nouveau ontworpen
in 1905 door architect Pierre Van Beesen de eigenaar een prijs op in de gevelwedstrijd
die de gemeente Laken in 1906 organiseerde; in 1941 werd het met een verdieping
verhoogd. De meeste woningen
zijn in de loop der jaren grondig gewijzigd of zelfs heropgebouwd.
Zoals de meeste verkeerswegen in de wijk bevonden en
bevinden zich in de Molenbeekstraat tal van industriële gebouwen en
werkplaatsen binnen de huizenblokken: vermelden we nr.137, een halfopen huis
met aan de zijkant een doorgang naar een werkplaats, een magazijn en een
achterliggende stal, de laatste twee in 1924 vervangen door een autoremise. Op nr.96 en 98 bevond zich binnen het huizenblok de firma Julien La Brie,
gespecialiseerd in “algemene benodigdheden voor de brouwerij”. Op nr.151 bevond zich tijdens het interbellum
de Scierie du Bassin Maritime. Ze was gevestigd op het
voormalige eigendom van een sigarenfabrikant, die er in 1877 een rustieke
chalet had laten bouwen die tot eind jaren 1990 is blijven bestaan. Daarnaast
waren in de straat twee belangrijke chocoladefabrieken gevestigd. Chocolaterie Meyers nam een
deel van het eerste huizenblok aan onpare zijde in en was toegankelijk via
nr.31 en via de Stefaniastraat. Ze
was er rond 1882 gevestigd, als opvolger van chocoladefabrikant A. Daviaud, en werd in de loop der jaren herhaaldelijk verbouwd. Na 1953 werd ze gesloopt. Op
nr.169a-169b – Steenbakkerijstraat 46,
bevindt zich nog een gedeelte van de voormalige Chocolaterie Derbaix Frères, eind jaren 2000 tot woningen. omgebouwd Volgens de Almanach waren de gebroeders Derbaix al
minstens vanaf 1878 in de straat aanwezig. De eerste vermelding van een
chocoladefabriek verscheen in de Almanach
in 1885. In de loop der jaren werd de fabriek geleidelijk vergroot. In
1960 kocht de firma Ziegler het complex over en maakte er magazijnen van. Het
nog bewaarde gedeelte strekt zich over een lengte van een honderdtal meters
tussen de twee straten uit; de vleugel aan de Molenbeekstraat, met eclectische
gevel, gaat terug tot 1906 (n.o.v. architect Groothaert). Vermelden
we tot slot nog dat de Compagnie Générale
des Eaux Gazeuses zich hier vestigde, het latere S.A. Spontin, in 1923 op nr. 113 tot 119 en een groot deel van het huizenblok innam.
Het laatste huizenblok aan pare zijde werd vroeger door verscheidene
bedrijven ingenomen. Een ervan was de firma Brabandt et
Compagnie, gespecialiseerd in
timmerhout. De fabriek had zich in 1899 op het oude buitengoed
Waefelaer gevestigd, een eigendom dat al te zien is op de Ferrariskaart uit
1777. Het bedrijf had in 1909 de oude villa van het
eigendom ingenomen en vergroot, voordat hij eind jaren 1980 werd gesloopt. Op
nr.198-202 staat nog altijd
het voormalige “sociale gebouw” van de maatschappij Sobybel, concessionaris van
het merk Violet-Byrrh, waarvan de opslagplaatsen zich vlakbij bevonden (zie
Dieudonné Lefèvrestraat nr. 4). Dit modernistische gebouw in pakketbootstijl
(n.o.v. architect Jacques Saintenoy, 1946) wordt thans volledig herbestemd tot
woningen in het kader van het project Tivoli GreenCity, waarvoor de werken eind 2016 van start gingen. Deze nieuwe duurzame wijk
zal het grootste deel innemen van het uitgestrekte huizenblok tussen de Dieudonné
Lefèvrestraat, de Claessensstraat, de Tivolistraat en de de Wautierstraat
(tijdelijke vereniging ADRIANA – bureaus atlant, CERAU, Atelier 55, YY Architecture,
Atelier EOLE paysagistes).
Het project omvat bijna 400 woningen, twee crèches en
handelszaken rond nieuw aan te leggen verkeerswegen, waaronder een plein.
Naast
het al eerder vermelde voormalige pensionaat van de zusters Ursulinen, zijn nog
drie andere scholen in de straat aanwezig. Op nr.122-122b
bevindt zich de Ecole Notre-Dame de
Laeken, het voormalige gelijknamige instituut. De eerste gebouwen, in neogotische stijl, sprongen in
t.o.v. de straat en werden in 1909 door architect A. Dankelman ontworpen. In de jaren 1920 tot 1930 werd de school geleidelijk
binnen het bouwblok uitgebreid (n.o.v. architect F. Robberechts). Het voorste deel, dat door een bombardement werd
getroffen, werd gedeeltelijk heropgebouwd in 1952, maar nu aan straatzijde. De school werd nogmaals vergroot in 1974 en
1982. De twee andere onderwijsinstellingen zijn athenea met hoofdingang aan de
Maria-Christinastraat: het Athénée Royal Bruxelles II (zie nr.72, 74 en
Maria-Christinastraat 37), en het Athénée
Royal Rive Gauche (zie nr.43-45
en Maria-Christinastraat 83).
Bronnen
Archieven
SAB/Fichier rues.
SAB/IP II 684 (1903-1912).
SAB/OW 95355 (1901-1904); 76: Laken 4466 (1905), 54682 (1941); 96, 98: Laken 928 (1892), Laken 4324 (1893), Laken 1076 (1896); 113 tot 119: 49341 (1922); 122-122b: Laken 1819 (1909), 27475 (1921), 49879 (1922), 40206 (1928), 431198 (1934), 60636 (1946-1952), 86078 (1974), 88520 (1982); 137: 52259 (1924); 139-151: Laken 3025 (1877), Laken 1769 (1920), 54153 (1924-1926), 38823 (1928), 52261 (1928); 169a-169b: Laken 3912 (1887), Laken 4241 (1890-1891), Laken PV Reg. 96 (31.12.1906); 198-202: 54768 (1940-1941), 60621 (1946), 85638 (1977).
Publicaties en studies
COSYN, A., Laeken Ancien & Moderne, Imprimerie scientifique Charles Bulens, Brussel, 1904, p. 138.
CULOT, M. [o.l.v.], Bruxelles Hors Pentagone. Inventaire visuel de l’architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Brussel, 1980, fiches 25, 40.
PLATTON, R., Laeken. De Nekkersdal - La Vallée des Nutons (Quartier Drootbeek), 1989-1990, pp. 38-40.
VAN KRIEKINGE, D., Essai de toponymie laekenoise, Laken, 1995, s. p.
VAN NIEUWENHUYSEN, P., Toponymie van Laken (doctoraatsverhandeling in de Germaanse Filologie), UCL, Louvain-la-Neuve, 1998, pp. 1466-1467.
Tijdschriften
Almanach du Commerce et de l’Industrie, “Arthur Cosyn (rue)”, 1936.
Almanach du Commerce et de l’Industrie, “Molenbeek (rue de)”, 1878, 1881, 1882-1883.
Kaarten / plannen
VANDERMAELEN, Ph., Atlas cadastral du Royaume de Belgique, plan parcellaire de la commune de Laeken avec les mutations jusqu’en 1836.
POPP, P. C., Atlas cadastral de Belgique, plan parcellaire de la commune de Laeken avec les mutations, 1866.