




Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Raoul J. BRUNSWYCK – architect – 1968
Odon WATHELET – architect – 1968
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Laken (Archistory - 2016-2019)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Modernistisch schoolcomplex, naar ontwerp van
architecten Raoul Brunswyck en Odon Wathelet, 1968.
Geschiedenis
In 1956 liet een rijke dame het bijna één hectare groot terrein na aan de
Vereniging van Vrije Scholen van Brussel, om er een christelijke school op te richten. Het was een in
1966 opgericht Nederlandstalig jezuïetencollege dat er zich vestigde. De werken namen
een aanvang op 05.03.1968 en het college opende zijn deuren al in september van
dat jaar, voor een eerste jaar humaniora. De school werd officieel op 14.06.1969
ingehuldigd, hoewel toen enkel het allereerste deel van de laan was aangelegd. Tot in 1971
werd het uit vier volumes bestaande complex geleidelijk uitgebreid. Het omvatte
toen een gebouw aan de straat, met zwembad en sportzaal, dat door een lager,
gebogen volume werd verbonden met twee klasgebouwen die in een van hun hoeken
waren ingewerkt: een aan de westkant, langs de Cockerweg, het andere aan de zuidkant.
In
1987 werd een nieuwe vleugel van drie bouwlagen gebouwd in het verlengde van
het zuidelijke klasgebouw (architect Jos Beutels, bureau Studio Twee). Tussen 2003 en
2005 werd een nieuw klasgebouw ingewerkt in de westelijke hoek gevormd door de
twee oorspronkelijke volumes. Tot slot werd in 2009-2010 een auditorium met
220 plaatsen gebouwd aan de kant van de laan, op de hoek met de Cockerweg
(architecten P. Vidts en J. Moens). Dit waaiervormige, met antracietzwarte
betonpanelen beklede gebouw werd in april 2011 ingehuldigd. In 2017 werden de gevels van het complex
gerenoveerd, waarbij de twee oorspronkelijke klasgebouwen opnieuw werden
bekleed.
Beschrijving
Gebouwen
met een betonnen geraamte dat een zichtbaar raster vormt op de gevel.
Aan
de laan, gebouw van twee bouwlagen; de eerste, half-ondergronds aan de
binnenplaats, bevat een zwembad, terwijl de tweede, hogere bouwlaag als
sportzaal wordt gebruikt. De gevels aan de laan en de blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. zijgevels zijn
met bleke bakstenen bekleed. De lange gevels worden geritmeerd door pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…), oorspronkelijk
met Kalwall-vulling, een systeem van doorschijnende sandwichpanelenKunststoffen gevelplaat, bestaande uit een isolerende kern tussen twee platen (vandaar 'sandwich'). Bekendste uitvoering, Glasal, gemaakt op basis van cement en versterkingsvezels, met een glad zijdeglans oppervlakte en verkrijgbaar in een tiental verschillende kleuren. in glasvezel
bevestigd op een aluminiumstructuur. Aan de laan, gebouw aan de linkerkant achter een
laag volume met blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. bakstenen gevel.
De
muren van de sportzaal zijn bekleed met een raster van rode baksteen en
geluidwerende oranje gaatstenen.
Gebogen
volume van twee bouwlagen met bakstenen gevels. Straatgevel
volgens oorspronkelijk plan in een stompe hoek, met rechts de brede ingang
achter een trap. De eerste bouwlaag van de noordwestelijke gevel is half-ondergronds. De
zuidoostelijke gevel ligt achter een groot terras op een betonnen zuilengang en
met een stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met reliëfversiering dat op de
benedenverdieping een overdekte speelplaats vormt. Oorspronkelijk
houten schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... ; raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met vleugels die horizontaal rond een centrale as
draaien.
Binnen,
kantoren en cafetaria.
Oorspronkelijke
klasgebouwen met verschillende hoogte en met drie bouwlagen. Bakstenen
topgevels. Lange gevels behandeld als gordijnmuren, met sandwichpanelen met reliëfversiering in groene
tinten en raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. oorspronkelijk in afzelia.
Binnen, trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. met zichtbaar
beton en met bakstenen muren.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 84556 (1968), 93977 (1987), 109767 (2000), 111230 (2002).
Publicaties en studies
VERHAEGHE, L., 8 x Mutsaard-Laken, Gemeenschapscentrum Heembeek-Mutsaard, Brussel, 2006, pp. 66-73.
Websites
http://ruusbroec.be/stek5/