Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Jacques TWYFELSarchitect1928

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2010-2012

id

Urban : 20276
lees meer

Beschrijving

Huis in Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis., n.o.v. architect Jacques Twyffels, 1928.

Maakt deel uit van een bijzonder homogene huizenrij uit dezelfde periode, van nr. 105 tot nr. 125.

Symmetrische gevel van drie bouwlagen in hardsteen en lichtgekleurde geverniste baksteen. Benedenverdieping met drie muuropeningen, de laterale onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft.; centraal een garagepoort onder gedrukte boogBoog waarvan de kromming lager is dan de overeenkomstige rondboog.. Brede bow-windowErker (afk. Engels, van bow: buiging, en window: venster) die door haar gebogen vorm integrerend deel uitmaakt van de gevel en de achterliggende ruimte. bekroond door een terras met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. en smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… traliewerk, voor een drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Verdiepingen gevat in een omlijsting. Gebogen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop.. DakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. van latere datum. Breed opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. getraliede deuren, raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. en ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw. bewaard.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 149-119.