Typologie(ën)
kapel
Ontwerper(s)
Guido VAN DOORSLAER – architect – 1968
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Brutalisme
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Sint-Pieters-Woluwe (DMS-DML - 2002-2009, 2014)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2003
id
Urban : 17367
Beschrijving
N.o.v. arch. Guido Van Doorslaer, 1968. Vroeger d.m.v. lange overdekte, elleboogvormige passage verbonden met voormalig klooster van de zusters franciscanessen dat vanaf 1903 werd opgetrokken op uitgestrekt bebost terrein dat hele diepte van huizenblok besloeg (zie Tervurenlaan nr 268a).
Omstreeks 1986 verkochten de nonnen hun groot klooster en bouwden tegen de noordflank van hun kapel een nieuw, kleiner en oninteressant kloostergebouw met vier bouwlagen n.o.v. arch. Pierre Terlinden, uitgevend op Damiaanlaan.
De kapel van 1968 heeft opmerkelijke modernistische lijnen, verzacht door een zeker lyrisme voortvloeiend uit het onregelmatige grondplan, het gebruik van sensuele materialen en een mooie natuurlijke lichtinval.
Eén bouwlaag onder plat dak. De grote eenvoud weerspiegelt de voorschriften van de nieuwe liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het schip en het twee treden hoger liggende koor, zijn vervat in een symmetrische zeshoek met zijden van ongelijke lengte. Aan noordwestkant niet overdekte inkom gevolgd door portaal1. In muur uitgespaarde ruimte voor een deur of toegang; - 2. Meer gesloten, voor of achter een gebouw geplaatste beschutting (voorbouw, vestibule)., beide lager dan kapel en ervan gescheiden door parallel aan het koor lopende muur. Zuidkant van zeshoek geflankeerd door een volume met op benedenverdieping de sacristie en op verdieping een ziekenbalkon, van schip gescheiden door twee opengewerkte eiken luiken. Vanuit dit volume vertrok oorspronkelijk een overdekte elleboogvormige passage die de kapel met het voormalige klooster verbond.
Aan noordoostkant twee glaspartijen uitgevend op het park. Volgens oorspronkelijke plannen moesten ze uitgeven op een kleine binnentuin.
Dak gedragen door zichtbare balkenstructuur in gewapend beton, met intervallen rustend op dito binnenpijlers. De balken verdelen het plafond in onregelmatige cassetten bekleed met beuk. De pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) lopen door aan de buitenkant waar ze een brede kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). schragen.
Grotendeels bakstenen muurvakken – buiten rood en binnen lichtgekleurd – met bovenaan een vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters..
Het koor wordt verlicht door een driehoekig, boven het dak uitstekend bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met afgeschuinde hoeken, dat centraal rust op een steunbeervormende buitenpijler.
Dun metalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn.. Vloer bekleed met rode grestegels. Sober meubilair bestaande uit banken en een altaar in geverniste es.
Omstreeks 1986 verkochten de nonnen hun groot klooster en bouwden tegen de noordflank van hun kapel een nieuw, kleiner en oninteressant kloostergebouw met vier bouwlagen n.o.v. arch. Pierre Terlinden, uitgevend op Damiaanlaan.
De kapel van 1968 heeft opmerkelijke modernistische lijnen, verzacht door een zeker lyrisme voortvloeiend uit het onregelmatige grondplan, het gebruik van sensuele materialen en een mooie natuurlijke lichtinval.
Eén bouwlaag onder plat dak. De grote eenvoud weerspiegelt de voorschriften van de nieuwe liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het schip en het twee treden hoger liggende koor, zijn vervat in een symmetrische zeshoek met zijden van ongelijke lengte. Aan noordwestkant niet overdekte inkom gevolgd door portaal1. In muur uitgespaarde ruimte voor een deur of toegang; - 2. Meer gesloten, voor of achter een gebouw geplaatste beschutting (voorbouw, vestibule)., beide lager dan kapel en ervan gescheiden door parallel aan het koor lopende muur. Zuidkant van zeshoek geflankeerd door een volume met op benedenverdieping de sacristie en op verdieping een ziekenbalkon, van schip gescheiden door twee opengewerkte eiken luiken. Vanuit dit volume vertrok oorspronkelijk een overdekte elleboogvormige passage die de kapel met het voormalige klooster verbond.
Aan noordoostkant twee glaspartijen uitgevend op het park. Volgens oorspronkelijke plannen moesten ze uitgeven op een kleine binnentuin.
Dak gedragen door zichtbare balkenstructuur in gewapend beton, met intervallen rustend op dito binnenpijlers. De balken verdelen het plafond in onregelmatige cassetten bekleed met beuk. De pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) lopen door aan de buitenkant waar ze een brede kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). schragen.
Grotendeels bakstenen muurvakken – buiten rood en binnen lichtgekleurd – met bovenaan een vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters..
Het koor wordt verlicht door een driehoekig, boven het dak uitstekend bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met afgeschuinde hoeken, dat centraal rust op een steunbeervormende buitenpijler.
Dun metalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn.. Vloer bekleed met rode grestegels. Sober meubilair bestaande uit banken en een altaar in geverniste es.
Bronnen
Archieven
GASPW/DS 109 (1968), 119 (1986).