Typologie(ën)

sociale woonblok

Ontwerper(s)

Léon SMETSarchitect1921-1922

Henri DENAYERarchitect1922

Edmond ABSarchitect1921-1923

Robert ALLARDarchitect1921-1922

Jean DEBECKERarchitect1921-1922

Léon LEGRANDarchitect1921-1923

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Het monumentale erfgoed van België. Etterbeek (DMS-DML - 1994-1997)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Sociaal
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

1993-1995

id [nl]

Urban : 14737
lees meer

Beschrijving

Zeven gebouwen met telkens acht appartementen in eclectische stijl opgetrokken voor de Etterbeekse Haard tussen 1921 en 1923.

Lijstgevels voornamelijk in rode baksteen met banden in blauwe hardsteen en natuursteen op arduinen plint. Vier bouwlagen onder pannen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Meestal rechthoekige of getoogde muuropeningen ; bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. in steen en baksteen, arduinen lekdrempels. Imposante uitspringende ingang. Decoratief metselwerk voor bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. en borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van muuropeningen.

Nr. 217. Opgetrokken tussen 1921 en 1923 volgens plannen van arch. Léon LEGRAND. Dubbelhuisopstand met vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gevat tussen lisenenDecoratieve, uitspringende, verticale geleding, vaak met andere liseen verbonden door boog(fries). die rijkelijk voorzien zijn van geometrisch metselwerk. Centrale ingangstravee in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. op verdiepingen en eindigend op gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. op gestrekte uiteinden.

de Haernestraat 219 (foto 1993).

Nr. 219. Gebouwd tussen 1921 en 1923 n.o.v. arch. Edmond ABS. Zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), aan de uiteinden uitlopend op veelhoekige gevel.

Nr. 221. Opgetrokken tussen 1921 en 1922 volgens plannen van arch. Léon SMETS. Gevel in grijze baksteen met decoratief gebruik van natuursteen. Dubbelhuisopstand met vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel..


Nr. 223. Gebouwd tussen 1921 en 1922 n.o.v. arch. Robert ALLARD. Dubbelhuisopstand van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), ingeschreven in doorlopende  nissen op de eerste drie bouwlagen, behalve de hoger oplopende middentravee.

Bronnen

Archieven

GAEtt./OW - (1921 tot 1923).