Typologie(ën)
opslagplaats/loods
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1876
Inventaris(sen)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2025
id
Urban : 41871
Beschrijving
Voormalig
biermagazijn, gebouwd in 1876, gelegen binnen het bouwblok en toegankelijk via
een inrijpoort op nummer 17 van de straat. Het magazijn maakte later deel uit
van de aanpalende Brasserie et Malterie des Quatre-Vents (zie dezelfde
straat, nummers 15, 15A en 15B).
Bakstenen gebouw met puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. op rechthoekig grondplan, bestaande uit vier bouwlagen onder een zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met korfboogvormige muuropeningen op de verdiepingen en een centraal rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. in de topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt., voorzien van een takelarm. Muurankers. Op de benedenverdieping links bevindt zich een rechthoekige inrijpoort (verbouwd); rechts een houten trap naar de eerste bouwlaag. Het schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... werd vervangen.
Interieur. Industriële 19de-eeuwse magazijnarchitectuur, gekenmerkt door troggewelven op de eerste twee bouwlagen. Deze ondersteunen licht hellende, betegelde vloeren met biergoten, mogelijk gemaakt door een dubbele rij van vijftien gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., per verdieping afnemend in diameter. De bovenste bouwlaag heeft een houten vloerplaat en monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. kepers, eveneens ondersteund door gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd.. Houten dakspant.
Erfgoedwaarde
Historische waarde
Het biermagazijn is een representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voorbeeld van een 19de-eeuwse stedelijke magazijntypologie, gekenmerkt door een gestapelde organisatie van open vloeroppervlakken binnen een compact perceel. Het gebouw werd opgericht in 1876 als biermagazijn en stond functioneel in verband met de nabijgelegen Brasserie et Malterie des Quatre-Vents, een gerenommeerde brouwerij gespecialiseerd in mengbieren zoals geuze en lambiek. Deze brouwerij, uitgebaat door Jean-François Verelst en later door zijn zonen Emile en Victor Verelst, verwierf begin 20ste eeuw nationale en internationale erkenning. Het biermagazijn maakte integraal deel uit van dit productieproces, aangezien mengbieren meerdere jaren op vat dienden te rijpen alvorens tot eindproduct te worden gemengd. Het gebouw getuigt daardoor rechtstreeks van een specifiek en voor Brussel kenmerkend brouwerfgoed.
Daarnaast illustreert het gebouw een typisch organisatorisch principe binnen de stedelijke brouwindustrie, waarbij opslagfuncties niet noodzakelijk op de brouwerijsite zelf werden ingeplant, maar afzonderlijk in het stedelijk weefsel. Dit onderstreept de historische betekenis van het pand als schakel binnen een ruimer industrieel netwerk.
Stedenbouwkundige waarde
De puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met zijn functionele gevelopeningen, waaronder het centrale takelvenster, is een duidelijk leesbare uitdrukking van deze opslagfunctie en draagt bij aan de herkenbaarheid van het gebouw binnen het bouwblok. Het gebouw is daardoor een betekenisvol element binnen het historische stadsweefsel van Sint-Jans-Molenbeek en bezit het contextuele waardeDe contextuele waarde van een goed hangt af van de manier waarop het met zijn onmiddellijke omgeving in relatie treedt vanuit: - stedenbouwkundig: het markeert een hoek of een perspectiefgezicht, of wordt een baken in het landschap dankzij zijn sterke aanwezigheid (zijn inplanting, zijn opmerkelijke volumetrie); - landschappelijk: het goed dankt zijn landschappelijke kwaliteiten aan zijn bijzondere ligging, of aan de manier waarop de verschillende volumes waaruit het bestaat zijn ingedeeld of ingeplant zijn in het landschap; - esthetisch: het goed onderscheidt zich door de kwaliteit van zijn integratie in of aanhechting aan het stedelijke landschap of het residentiële weefsel; het draagt bij tot een algemeen visueel harmonieus effect van de buurt en tot een aantrekkelijke leefomgeving; - sociaal: een geheel van sociale woningen, een industrieel complex, enz.; - historisch: een oude dorpskern (de eerste gebouwen in een gemeente), eigendommen die vanaf het begin ontworpen zijn als onderdeel van een stedenbouwkundig concept (bijvoorbeeld de burgerwoningen rond het Elisabethpark of het park van Vorst)..
Technische waarde
Het pand beschikt over een uitzonderlijk goed bewaarde draagstructuur uit de tweede helft van de 19de eeuw. De combinatie van gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., stalen balken en troggewelven in de onderste bouwlagen is typerend voor stedelijke biermagazijnen uit deze periode en werd bewust toegepast om het brandgevaar te beperken. Deze constructiewijze, die in Brussel veelvuldig werd gebruikt, vormt een belangrijk technisch en historisch document van vroeg-industriële bouwtechnieken.
Daarnaast zijn specifieke functionele elementen bewaard gebleven die rechtstreeks verbonden zijn met het opslagproces van bier, zoals de hellende vloeren in gebakken tegels met biergoten voor de afvoer van lekkend bier, evenals de takelinfrastructuur met takelarm en takelgat. Deze elementen versterken niet alleen de technische erfgoedwaarde, maar dragen ook bij aan de zeldzaamheidDe zeldzaamheid van een goed wordt bepaald op zowel kwalitatieve (“uitzonderlijkheid”) als kwantitatieve basis (“het zeldzamer worden”), afhankelijk van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context en zijn bouwhistorische context (m.a.w. de algehele gangbare productie van die tijd: concept, stijl, materialen, enz.), in verhouding tot de gehele productie van de ontwerper – en dit zowel formeel, functioneel als constructief. Om de zeldzaamheid van een goed te evalueren, dient het te worden vergeleken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren (typologie, chronologie-leeftijd (datering) /periode of tijdstip in deze periode, esthetisch en/of technisch uitzicht, functie, maatschappelijke of historische impact). en authenticiteitDe authenticiteit van een goed wordt beoordeeld op basis van de overeenstemming van de huidige staat met de oorspronkelijke staat. Een goed is authentiek als het plan, de vorm, het concept, de functie, de technieken, de materialen, de decoratie van de interne elementen overeenstemmen met een betekenisvolle, beduidende of kenmerkende staat. Het kan zijn dat een goed een natuurlijke aftakeling heeft ondergaan of een transformatie (bijvoorbeeld vervanging van het schrijnwerk – ramen in het bijzonder, vervanging van winkelpuien) en toch conform blijft aan zijn oorspronkelijke staat (zgn. bewaarde structurele continuïteit). Een goed is authentiek als het oorspronkelijke concept en de functie nog steeds leesbaar zijn (bijvoorbeeld een industrieel complex dat herbestemd is). De transformatie kan dan als een element van zijn geschiedenis worden beschouwd. We moeten bijgevolg de eventuele integratie van waardevolle elementen in de loop van de geschiedenis van het gebouw evalueren. van het gebouw.
Bakstenen gebouw met puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. op rechthoekig grondplan, bestaande uit vier bouwlagen onder een zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met korfboogvormige muuropeningen op de verdiepingen en een centraal rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. in de topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt., voorzien van een takelarm. Muurankers. Op de benedenverdieping links bevindt zich een rechthoekige inrijpoort (verbouwd); rechts een houten trap naar de eerste bouwlaag. Het schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... werd vervangen.
Interieur. Industriële 19de-eeuwse magazijnarchitectuur, gekenmerkt door troggewelven op de eerste twee bouwlagen. Deze ondersteunen licht hellende, betegelde vloeren met biergoten, mogelijk gemaakt door een dubbele rij van vijftien gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., per verdieping afnemend in diameter. De bovenste bouwlaag heeft een houten vloerplaat en monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. kepers, eveneens ondersteund door gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd.. Houten dakspant.
Erfgoedwaarde
Historische waarde
Het biermagazijn is een representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voorbeeld van een 19de-eeuwse stedelijke magazijntypologie, gekenmerkt door een gestapelde organisatie van open vloeroppervlakken binnen een compact perceel. Het gebouw werd opgericht in 1876 als biermagazijn en stond functioneel in verband met de nabijgelegen Brasserie et Malterie des Quatre-Vents, een gerenommeerde brouwerij gespecialiseerd in mengbieren zoals geuze en lambiek. Deze brouwerij, uitgebaat door Jean-François Verelst en later door zijn zonen Emile en Victor Verelst, verwierf begin 20ste eeuw nationale en internationale erkenning. Het biermagazijn maakte integraal deel uit van dit productieproces, aangezien mengbieren meerdere jaren op vat dienden te rijpen alvorens tot eindproduct te worden gemengd. Het gebouw getuigt daardoor rechtstreeks van een specifiek en voor Brussel kenmerkend brouwerfgoed.
Daarnaast illustreert het gebouw een typisch organisatorisch principe binnen de stedelijke brouwindustrie, waarbij opslagfuncties niet noodzakelijk op de brouwerijsite zelf werden ingeplant, maar afzonderlijk in het stedelijk weefsel. Dit onderstreept de historische betekenis van het pand als schakel binnen een ruimer industrieel netwerk.
Stedenbouwkundige waarde
De puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met zijn functionele gevelopeningen, waaronder het centrale takelvenster, is een duidelijk leesbare uitdrukking van deze opslagfunctie en draagt bij aan de herkenbaarheid van het gebouw binnen het bouwblok. Het gebouw is daardoor een betekenisvol element binnen het historische stadsweefsel van Sint-Jans-Molenbeek en bezit het contextuele waardeDe contextuele waarde van een goed hangt af van de manier waarop het met zijn onmiddellijke omgeving in relatie treedt vanuit: - stedenbouwkundig: het markeert een hoek of een perspectiefgezicht, of wordt een baken in het landschap dankzij zijn sterke aanwezigheid (zijn inplanting, zijn opmerkelijke volumetrie); - landschappelijk: het goed dankt zijn landschappelijke kwaliteiten aan zijn bijzondere ligging, of aan de manier waarop de verschillende volumes waaruit het bestaat zijn ingedeeld of ingeplant zijn in het landschap; - esthetisch: het goed onderscheidt zich door de kwaliteit van zijn integratie in of aanhechting aan het stedelijke landschap of het residentiële weefsel; het draagt bij tot een algemeen visueel harmonieus effect van de buurt en tot een aantrekkelijke leefomgeving; - sociaal: een geheel van sociale woningen, een industrieel complex, enz.; - historisch: een oude dorpskern (de eerste gebouwen in een gemeente), eigendommen die vanaf het begin ontworpen zijn als onderdeel van een stedenbouwkundig concept (bijvoorbeeld de burgerwoningen rond het Elisabethpark of het park van Vorst)..
Technische waarde
Het pand beschikt over een uitzonderlijk goed bewaarde draagstructuur uit de tweede helft van de 19de eeuw. De combinatie van gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., stalen balken en troggewelven in de onderste bouwlagen is typerend voor stedelijke biermagazijnen uit deze periode en werd bewust toegepast om het brandgevaar te beperken. Deze constructiewijze, die in Brussel veelvuldig werd gebruikt, vormt een belangrijk technisch en historisch document van vroeg-industriële bouwtechnieken.
Daarnaast zijn specifieke functionele elementen bewaard gebleven die rechtstreeks verbonden zijn met het opslagproces van bier, zoals de hellende vloeren in gebakken tegels met biergoten voor de afvoer van lekkend bier, evenals de takelinfrastructuur met takelarm en takelgat. Deze elementen versterken niet alleen de technische erfgoedwaarde, maar dragen ook bij aan de zeldzaamheidDe zeldzaamheid van een goed wordt bepaald op zowel kwalitatieve (“uitzonderlijkheid”) als kwantitatieve basis (“het zeldzamer worden”), afhankelijk van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context en zijn bouwhistorische context (m.a.w. de algehele gangbare productie van die tijd: concept, stijl, materialen, enz.), in verhouding tot de gehele productie van de ontwerper – en dit zowel formeel, functioneel als constructief. Om de zeldzaamheid van een goed te evalueren, dient het te worden vergeleken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren (typologie, chronologie-leeftijd (datering) /periode of tijdstip in deze periode, esthetisch en/of technisch uitzicht, functie, maatschappelijke of historische impact). en authenticiteitDe authenticiteit van een goed wordt beoordeeld op basis van de overeenstemming van de huidige staat met de oorspronkelijke staat. Een goed is authentiek als het plan, de vorm, het concept, de functie, de technieken, de materialen, de decoratie van de interne elementen overeenstemmen met een betekenisvolle, beduidende of kenmerkende staat. Het kan zijn dat een goed een natuurlijke aftakeling heeft ondergaan of een transformatie (bijvoorbeeld vervanging van het schrijnwerk – ramen in het bijzonder, vervanging van winkelpuien) en toch conform blijft aan zijn oorspronkelijke staat (zgn. bewaarde structurele continuïteit). Een goed is authentiek als het oorspronkelijke concept en de functie nog steeds leesbaar zijn (bijvoorbeeld een industrieel complex dat herbestemd is). De transformatie kan dan als een element van zijn geschiedenis worden beschouwd. We moeten bijgevolg de eventuele integratie van waardevolle elementen in de loop van de geschiedenis van het gebouw evalueren. van het gebouw.
Bronnen
Archieven
GASJM/DS 343 (1876).
Publicaties en studies
Bertels, I., et. al., Brusselse pakhuizen. Een beladen toekomst? In Erfgoed Brussel, 8, pp. 4-19.
Boriau, L., Les Brasseries du Nord-Ouest de Bruxelles: Berchem-Sainte-Agathe, Koekelberg, Jette, Ganshoren, Molenbeek-Saint-Jean, Berchem-Sainte-Agathe, ARC-Berchem, 1997.
Inventaire de l’architecture industriel, Molenbeek Saint-Jean, Tôme 2-1, AAM, 1980-1982, fiche 29.
Smekens, W., Structurele analyse van 19e eeuwse brouwerijgebouwen, Brussel, VUB, 2000.






























