De Sleeckxlaan wordt door bomen afgezoomd en is lichtjes gebogen, zoals haar tegenhanger, de Mauricelaan Maeterlincklaan. De Sleeckxlaan verbindt de Lambermontlaan met de ellipsvormige rotonde van de Huart Hamoirlaan. Halverwege wordt ze doorkruist door de Emile Verhaerenlaan.

De laan ligt in de wijk Monplaisir-Helmet, waarvan het stratenplan werd getekend door Octave Houssa, ingenieur der gemeentelijke Openbare Werken, goedgekeurd tijdens de gemeenteraadszitting van 03.11.1904 en bij K.B. van 21.04.1906, samen met dat van drie andere nieuwe Schaarbeekse wijken – Mont-Rose, Linthout en Josaphatvallei. De laan werd aangelegd in 1907.

Eerst kreeg ze de naam Sleeckxstraat, tijdens de gemeenteraadszitting van 13.02.1906. Zoals tal van andere straten in de wijk, is haar naam een eerbetoon aan een letterkundige, Jan Lambrecht Domien Sleeckx (Antwerpen, 1818 – Luik, 1901), een Nederlandstalig schrijver en dramaturg die tevens een fervent verdediger van de Vlaamse zaak was. Tijdens de gemeenteraadszitting van 22.11.1907 werd de straat een laan, net als andere twintig meter brede verkeerswegen.

De laan bestaat hoofdzakelijk uit burgerhuizen en opbrengsthuizen waarvan de meeste tussen 1909 en 1914 werden gebouwd. Tijdens het interbellum werd deze bebouwing met een vijftiental gebouwen aangevuld. In 1954 was de laan volledig bebouwd. Verscheidene woningen hebben een atelier aan de achterkant van het perceel, zoals nr. 21-23 (n.o.v. architect Félix Van Meir, 1911) en 25-27 (1909). Op nr. 41c-43 (n.o.v. architect Struyven, 1909) werd een grote koekjesfabriek gevestigd op het terrein naast het huis.

De meeste gebouwen zijn in eclectische stijl, zoals nr. 29 (n.o.v. architect Wéry, 1910), 50 en 52 (1910). In de laan bevinden zich ook verscheidene gebouwen in Beaux-Artsstijl, zoals nr. 88, n.o.v. architect Albert Roosenboom (zie dit nummer). Hier en daar bevinden zich fraaie voorbeelden van art-nouveau-architectuur: nr. 31, 42 en 44 (zie deze nummers). Architecten Félix Van Meir en Frans Hemelsoet waren er bijzonder actief. Laatstgenoemde ontwierp er een geheel van vijf huizen (zie nr. 34 tot 44). Sgraffitokunstenaar Paul Cauchie heeft verschillende huizen in de laan voorzien van sgraffitopanelen in timpanen en borstweringen zoals op nr. 31, 71, 73, 77 en 103 (zie deze nummers), alsook op het geheel gevormd door nr. 94, 96 (1911), met schrijnwerkeratelier achteraan op perceel. De meeste gebouwen uit het interbellum zijn in art-decostijl.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAS/DS 21-23: 244-21-19; 25-27: 244-25; 29: 244-29; 41c-43: 244-41c-43-45; 50, 52: 244-50-52; 94, 96: 244-94-96.
GAS/OW Dénomination des rues II et III.
Huis der Kunsten van Schaarbeek/lokaal fonds.

Publicaties en studies
94, 96: ARIJS, H., Paul Cauchie (1875-1952): tussen feit en fictie. Biografische aanzet: beginjaren en carrière als decorateur-entrepreneur tijdens de art-nouveauperiode (eindverhandeling VUB) VUB, Brussel, 2010-2011, vol. 3 (catalogus Brusselse sgraffiti), pp. 62-63.
CULOT, M. [o.l.v.], Schaerbeek. Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiche 3.
BERTRAND, L., Schaerbeek depuis cinquante ans. 1860-1910, Librairie de l'Agence Dechenne, Brussel, 1912. p. 59.
DEKOSTER, J.-A., Les rues de Schaerbeek, Brussel, 1981, A. 21.

Kaarten / plannen
HOUSSA, O., Plan n°3. Aménagement des quartiers Mon Plaisir et Helmet, 11.04.1904 (GAS/OW).