Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neorenaissance
Eclectisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2005-2007

id

Urban : 16935
lees meer

Beschrijving

Burgerhuis in neorenaissanceDe Neorenaissancestijl in Brussel is een belangrijke expressie van het 19e eeuwse eclecticisme, die zijn hoogtepunt bereikte tussen circa 1850 en 1910. Deze stijl grijpt terug op de vormen, proporties en ornamentiek van de 16e eeuwse Italiaanse renaissance, en werd in Brussel zowel toegepast in openbare als private bouwprojecten. De stijl vormt een reactie op het neoclassicisme, dat als te strak en dogmatisch werd ervaren, en ontwikkelt zich in parallel met de Neobarok en Neogotiek. De Brusselse Neorenaissance vormt aldus een historiserende maar ideologisch geladen stijl, waarin stedelijke representatie, burgerlijke trots en historische evocatie samenkomen. De Neorenaissancestijl onderscheidt zich door een rationele gevelopbouw en een ornamentiek gebaseerd op klassieke orden en renaissancemotieven. Ze combineert structurele helderheid met rijke decoratieve accenten. Typische kenmerken zijn: horizontale geleding door kroonlijsten en cordonbanden; symmetrische composities met regelmatige traveeën; gebruik van rondbogen, pilasters, zuilen en balustrades; gevels in natuursteen of baksteen met witstenen elementen; ornamentiek geïnspireerd op grotesken, medaillons, guirlandes en cartouches; hoge attieken of dakkapellen met frontons. met asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers., 1899.

Twee bouwlagen op hoge onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. (garage, 1949). Gevel in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen., witsteen en hardsteen. Bijzonder verzorgde ornamentatie met o.a. pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., entablementenHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. HoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. onder klokvormige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. met bouwjaar, soort gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met vrouwengelaat en bekronende obeliskMonolithische pijler, naar boven toe smaller en bekroond met piramidale punt.; balkon met gebuikteMet een buik staand; welvend oppervlak dat een ongelijkmatige boogwerking vertoont. gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op eerste verdieping en in geveltop vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met dito borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. ToegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met fraaie vleugeldeur onder oculusvormend impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met glas-in-lood; dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Fraai bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  met o.a. gekleurd glas tussen roedenDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..

Bronnen

Archieven
GAE/DS 284-70.