Régence
Stijlen
Het woord vertalen in het Frans
Van ca. 1715 tot jaren 1740.
De régencestijl is een overgangsstijl (ca. 1715–1730, in Brussel tot in de jaren 1740) tussen de strenge, classicerende barok van de Lodewijk XIV-periode en het frivole rococo van de Lodewijk XV-periode. De stijl is afkomstig uit Frankrijk en is vernoemd naar het regentschap van Philippe d’Orléans (1715–1723). In de Zuidelijke Nederlanden valt deze periode samen met het begin van de Oostenrijkse overheersing onder Karel VI.
Hoewel de régencestijl vooral een interieurstijl is, manifesteert ze zich ook in de architectuur. Als opvolger van de classicerende barok behoudt ze de royale volumes, symmetrie en krachtige structuur, maar zonder de strengheid van haar voorganger. Klassieke orden worden minder rigide toegepast en er is meer aandacht voor verfijnde decoratie.
Kenmerkend is de overgang van streng en formeel naar speels, beweeglijk en elegant, vaak met gebogen lijnen. Dit uit zich onder andere in hoge steekboog- of schouderboogvensters, die zorgen voor meer lichtinval. De symmetrie blijft behouden, in tegenstelling tot het latere rococo. Decoratie wordt lichter en fijnzinniger, met motieven zoals schelpen, palmetten en soms mascarons.
In Brussel komt de régencestijl soms beperkt voor, bijvoorbeeld als portiek toegevoegd aan een oudere woning.
De régencestijl is een overgangsstijl (ca. 1715–1730, in Brussel tot in de jaren 1740) tussen de strenge, classicerende barok van de Lodewijk XIV-periode en het frivole rococo van de Lodewijk XV-periode. De stijl is afkomstig uit Frankrijk en is vernoemd naar het regentschap van Philippe d’Orléans (1715–1723). In de Zuidelijke Nederlanden valt deze periode samen met het begin van de Oostenrijkse overheersing onder Karel VI.
Hoewel de régencestijl vooral een interieurstijl is, manifesteert ze zich ook in de architectuur. Als opvolger van de classicerende barok behoudt ze de royale volumes, symmetrie en krachtige structuur, maar zonder de strengheid van haar voorganger. Klassieke orden worden minder rigide toegepast en er is meer aandacht voor verfijnde decoratie.
Kenmerkend is de overgang van streng en formeel naar speels, beweeglijk en elegant, vaak met gebogen lijnen. Dit uit zich onder andere in hoge steekboog- of schouderboogvensters, die zorgen voor meer lichtinval. De symmetrie blijft behouden, in tegenstelling tot het latere rococo. Decoratie wordt lichter en fijnzinniger, met motieven zoals schelpen, palmetten en soms mascarons.
In Brussel komt de régencestijl soms beperkt voor, bijvoorbeeld als portiek toegevoegd aan een oudere woning.































