




Typologie(ën)
school
Ontwerper(s)
V. VAN HAELEN – architect – 1932-1934
INCONNU - ONBEKEND – 1882-1885
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Art deco
Neogotiek
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2013-2014
id
Urban : 22871
Beschrijving
Schoolcomplex bestaande uit een gebouw aan de straatkant in art-decostijl ontworpen in 1932-1934 door architect V. Van Haelen, en een achterliggende vleugel met klaslokalen gebouwd tussen 1882 en 1885, en in 1922 vergroot door architect Jules Delstanche. Gesigneerd op de sokkel op nr. 110 “V. VAN HAELEN – / ARCHITECTE. 1935”.
Geschiedenis
Tussen 1882 en 1885 werd binnen het huizenblok een vleugel met klaslokalen in eclectische stijl van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gebouwd (A), toegankelijk via nr. 108. In 1890 werd op dit nummer een gebouw in neogotische stijl opgetrokken (B) met een koetsdoorgang naar de school en een grote zaal op de verdieping. In 1922 voegde architect Jules Delstanche links drie extra traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) toe aan de vleugel met klaslokalen, in dezelfde stijl (C). In 1932 verbouwde architect V. Van Haelen nr. 108 (B) volledig tot een gebouw in art-decostijl van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Twee jaar later voegde hij hieraan een derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) toe en verbouwde hij, in dezelfde stijl, nr. 110 (D), een neoclassicistisch huis uit ca. 1880. Nog in 1934 bouwde hij een secundaire ingang voor de school aan de Verwéestraat (E). Het was wellicht in die periode dat de gevel van de vleugel met klaslokalen (A, C) werd verbouwd en het interieur gedeeltelijk in art-decostijl werd heringericht. Tussen 1935 en 1954, ten slotte, annexeerde de school nr. 106 (F).

Beschrijving
Gebouw aan de straatkant (B, D) van drie bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de eerste twee ontworpen in 1932, de derde in 1934. Gevel in oranjekleurige gevlamde baksteen met elementen in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. en Euvillesteen. Muuropeningen in de eerste bouwlaag met afgesneden bovenhoeken, in de laatste bouwlaag onder veelhoekige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op de verdiepingen. Op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), deur aan de linkerkant geflankeerd door een smal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur.. Op de derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping, bekroond door een trapezoïdale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.. Op de eerste twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van de eerste verdieping met spiegels met respectievelijk de opschriften “PAROISSE / SAINT-SERVAIS” en “SINT-SERVATIUS PAROCHIE”; ertussen, veelhoekig bas-reliëf met Christussymbolen: een pelikaan die haar jongen voedt, een kruis, alfa en omega. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op de tweede verdieping versierd met geometrisch motief, die van de gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. gecanneleerd. Beglaasde smeedijzeren deur en traliewerk van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen.
Interieur op nr. 108. Op de benedenverdieping bevond zich vooraan oorspronkelijk de portiersloge, gevolgd door het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.; kantine achteraan, verlicht door venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. die uitgeven op de tuin op nr. 110, thans overdekt. Vloeren in granito. Muren in oranjekleurige baksteen en similiBepleistering ter imitatie van natuursteen.. Deuren onder veelhoekige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. Kantine met plafond geritmeerd door met hout beklede liggers. Schoorsteen met mijterboog. Ingewerkte houten banken. Houten dressoir waarin zich oorspronkelijk een keukenlift bevond. Op de verdiepingen bevonden zich oorspronkelijk werklokalen, waaronder een grote zaal met podium op de eerste verdieping, thans een gymnastiekzaal.

Vleugel met klaslokalen (A, C) van drie bouwlagen onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. en acht traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de laatste vijf symmetrisch, gebouwd tussen 1882 en 1885, de eerste drie toegevoegd in 1922. Gevel oorspronkelijk in eclectische stijl, wellicht in 1935 gerenoveerd in art-decostijl: oranjekleurige baksteen en simili-witsteen, onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in simili-hardsteen en onderdorpels in hardsteen. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door kolossale pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Eerste en zesde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met gecanneleerde borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en de toegangen; de deur op de zesde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) wordt bekroond door een nis met een beeld van Maria met Kind. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen.
Binnen, houten trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. uit 1922, dat uit de jaren 1880 wellicht in 1935 vervangen door beton bekleed met granito.
Ingang Verwéestraat (E) in art-decostijl, ontworpen in 1934 in dezelfde materialen als de gevel aan de Rubensstraat. Deur met afgeschuinde bovenhoeken, bekroond door een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. met dezelfde vorm en het opschrift “SAINT– / SERVAIS”. Erboven, drie smalle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder veelhoekige bekroning met stenen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). waarin een reliëf van de heilige Servatius moest komen. Smeedijzeren traliewerk van de deur en de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. bewaard.
Achter de ingang bevindt zich een open trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., onder plat dak, dat naar de speelplaats leidt.
Geschiedenis
Tussen 1882 en 1885 werd binnen het huizenblok een vleugel met klaslokalen in eclectische stijl van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gebouwd (A), toegankelijk via nr. 108. In 1890 werd op dit nummer een gebouw in neogotische stijl opgetrokken (B) met een koetsdoorgang naar de school en een grote zaal op de verdieping. In 1922 voegde architect Jules Delstanche links drie extra traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) toe aan de vleugel met klaslokalen, in dezelfde stijl (C). In 1932 verbouwde architect V. Van Haelen nr. 108 (B) volledig tot een gebouw in art-decostijl van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Twee jaar later voegde hij hieraan een derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) toe en verbouwde hij, in dezelfde stijl, nr. 110 (D), een neoclassicistisch huis uit ca. 1880. Nog in 1934 bouwde hij een secundaire ingang voor de school aan de Verwéestraat (E). Het was wellicht in die periode dat de gevel van de vleugel met klaslokalen (A, C) werd verbouwd en het interieur gedeeltelijk in art-decostijl werd heringericht. Tussen 1935 en 1954, ten slotte, annexeerde de school nr. 106 (F).

Beschrijving
Gebouw aan de straatkant (B, D) van drie bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de eerste twee ontworpen in 1932, de derde in 1934. Gevel in oranjekleurige gevlamde baksteen met elementen in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. en Euvillesteen. Muuropeningen in de eerste bouwlaag met afgesneden bovenhoeken, in de laatste bouwlaag onder veelhoekige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op de verdiepingen. Op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), deur aan de linkerkant geflankeerd door een smal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur.. Op de derde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping, bekroond door een trapezoïdale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.. Op de eerste twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van de eerste verdieping met spiegels met respectievelijk de opschriften “PAROISSE / SAINT-SERVAIS” en “SINT-SERVATIUS PAROCHIE”; ertussen, veelhoekig bas-reliëf met Christussymbolen: een pelikaan die haar jongen voedt, een kruis, alfa en omega. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op de tweede verdieping versierd met geometrisch motief, die van de gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. gecanneleerd. Beglaasde smeedijzeren deur en traliewerk van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping bewaard. RaamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen.
Interieur op nr. 108. Op de benedenverdieping bevond zich vooraan oorspronkelijk de portiersloge, gevolgd door het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.; kantine achteraan, verlicht door venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. die uitgeven op de tuin op nr. 110, thans overdekt. Vloeren in granito. Muren in oranjekleurige baksteen en similiBepleistering ter imitatie van natuursteen.. Deuren onder veelhoekige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden.. Kantine met plafond geritmeerd door met hout beklede liggers. Schoorsteen met mijterboog. Ingewerkte houten banken. Houten dressoir waarin zich oorspronkelijk een keukenlift bevond. Op de verdiepingen bevonden zich oorspronkelijk werklokalen, waaronder een grote zaal met podium op de eerste verdieping, thans een gymnastiekzaal.

Vleugel met klaslokalen (A, C) van drie bouwlagen onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. en acht traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de laatste vijf symmetrisch, gebouwd tussen 1882 en 1885, de eerste drie toegevoegd in 1922. Gevel oorspronkelijk in eclectische stijl, wellicht in 1935 gerenoveerd in art-decostijl: oranjekleurige baksteen en simili-witsteen, onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in simili-hardsteen en onderdorpels in hardsteen. TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door kolossale pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Eerste en zesde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met gecanneleerde borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en de toegangen; de deur op de zesde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) wordt bekroond door een nis met een beeld van Maria met Kind. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen.
Binnen, houten trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. uit 1922, dat uit de jaren 1880 wellicht in 1935 vervangen door beton bekleed met granito.
Ingang Verwéestraat (E) in art-decostijl, ontworpen in 1934 in dezelfde materialen als de gevel aan de Rubensstraat. Deur met afgeschuinde bovenhoeken, bekroond door een cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd. met dezelfde vorm en het opschrift “SAINT– / SERVAIS”. Erboven, drie smalle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder veelhoekige bekroning met stenen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). waarin een reliëf van de heilige Servatius moest komen. Smeedijzeren traliewerk van de deur en de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. bewaard.
Achter de ingang bevindt zich een open trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., onder plat dak, dat naar de speelplaats leidt.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 238-108-110.
Archief van de Kerkfabriek van Sint-Servaas.
Tijdschriften
MERTENS, A., ROZEZ, “Rubens (rue)”, Annuaire du Commerce et de l'Industrie de Belgique, Province de Brabant, Bruxelles et sa banlieue, Brussel, Établissements généraux d'imprimerie, 1882, 1885.