Onderzoek en redactie

2016-2019

 

Bekijk de weerhouden gebouwenDe straat verbindt het Sint-Denijsplein met de Victor Rousseaulaan. De Luikstraat mondt erop uit, terwijl de Kersbeeklaan er begint.

Ze maakt deel uit van de straten uitgevaardigd bij K.B. van 12.06.1877 houdende het algemeen rooiplan van de Drieswijk, opgesteld door ingenieur der Bruggen en Wegen J. Poncelet. Ze was het resultaat van het rechttrekken van een oude weg waarvan het tracé te zien is op de figuratieve kaart van de abdij van Vorst en haar eigendommen, opgesteld in 1790 door landmeter Everaert (ARA, Kaarten en plattegronden in handschrift, 7912). Deze weg, die de abdij van Vorst met het Zevenbundersplateau verbond, heette Quaede straet, wellicht omdat deze weg, die in slechte staat was als gevolg van de aanhoudende erosie door het regenwater, moeilijk begaanbaar was. In de 19e eeuw heette het bovenste gedeelte van de Quaedestraat de Donkerstraat (1836; rue Sombre). Deze door bomen afgeboorde holle weg verbond het centrum van Vorst met de heuvels van de Beukenberg en liep dan onder een andere naam door naar Ukkel (Spijtigen Duivel).
De straat was nadien het voorwerp van twee rooiplannen, het eerste vastgelegd bij K.B. van 13.09.1899, het tweede bij K.B. van 20.03.1926.
In 1839 moest ze, volgens L. Verniers (p. 204), worden hersteld omdat ze volledig beschadigd was geraakt door het transport van het zand dat nodig was voor de aanleg van de spoorlijn Brussel-Tubeke, waarvoor een viaduct moest worden gebouwd. De bestrating liep er toen slechts over een afstand van 200 meter. In 1855 werd ze volledig bestraat.

Op 22.02.1876 werd ze herdoopt tot Vorststallestraat, en dan nogmaals op 07.09.1906, als eerbetoon aan Jean-Baptiste Vanpé (1829-1902), oprichter van de Brusselse liberale partij, directeur van de Middenschool van Brussel en schepen van Openbaar Onderwijs in Vorst van 1874 tot 1883 (VERNIERS, L., 1949, pp. 220, 245).

De straat werd heel geleidelijk bebouwd en vertoont thans een vrij diverse bebouwing die, algemeen gesproken, weinig architecturale waarde heeft. Ze omvat een mengeling van woonhuizen, appartementsgebouwen of opbrengstpanden, zoals dat, aan onpare zijde, met een imposante gevel en commerciële benedenverdieping ontworpen in 1908 door architect A. Lund (nr.53-63), of dat gelegen op nr.
49, met een eclectische gevel met art-nouveau-inslag, ontworpen door Emile Coffé en “1906” gedateerd. Onder de residentiële bebouwing vermelden we eveneens, op de hoek met de Kersbeeklaan, de gebouwen van de Sint-Alenaschool, die daar als sinds 1879 was gevestigd (nr.65).
De oudste nog bewaarde bebouwing dateert uit het begin van de jaren 1890: kleine arbeidershuisjes met classicistische inslag. De best bewaarde voorbeelden uit deze periode bevinden zich op nr.68-70 (1889), 72 (1891) en 75 (1890). De rest van de bebouwing verliep in verschillende fases: rond 1900, met enkele vrij traditionele huizen in eclectische stijl, dan tijdens de jaren 1920, de jaren 1930 en tot slot de jaren 1960, die laatste periode gekenmerkt door kleine appartementsgebouwen.

Vermelden we tevens dat enkele gebouwen die tot de oorspronkelijke bebouwing behoorden ondertussen zijn gesloopt, zoals de oude
villa die in 1868 werd gebouwd voor Louis Momm –een bekend Vorsts industrieel van wie de textielfabriek aan de Neerstalse steenweg lag (zie deze straatnotitie)– op de hoek van de Jean-Baptiste Vanpéstraat en de Luikstraat (VERNIERS, L., 1949, p.246; voorheen nr.50). Rond 1880 huisvestte de villa een kleuterschool die door de familie Momm werd gesubsidieerd en door de kloosterzusters van het Heilig Hart van Maria werd geleid. Ze werd gesloopt om in 1934 de bouw mogelijk te maken van het gebouw in art-decostijl dat al meteen door de kantoren van het OCMW werd ingenomen (zie nr.50).

Bronnen

Archieven

GAV/DS 49: 4174 (1906), 4256 (1907), 9620 (1927), 11224 (1931), 25550 (2014), 26292 (2017); voorheen nr.50, villa gebouwd door Momm (gesloopt): 58 (1868), 5538; 53-63: 4949 (1908), 4948 (1909), 5033 (1909), 21401 (1992), 23527 (2016), 24146 (2008), 26416 (2016); 65: 350 (1879), 382 (1880), 4966 (1909), 6042 (1912), 7543 (1922), 7583 (1922), 7897 (1923)8551 (1925), 9432 (1927), 10493 (1929), 12193 (1933), 14738 (1946), 24407, 26211 (2016); 68-70:633 (1889), 12299 (1934), 15880 (1952); 72: 725 (1891), 4829 (1909), 11009 (1930), 12717 (1935), 23169 (2004); 75: 713 (1890).

Publicaties en studies
DE PANGE, I., In het hart van Vorst, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 2008 (coll. Brussel, Stad van Kunst en Geschiedenis, 47).
DUBREUCQ, J., Forest en cartes postales anciennes. Vorst in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1981, afb. 49, afb. 50.
HUSTACHE, A., Forest, CFC-Editions, Brussel, 2001 (coll.
Guide des communes de la Région bruxelloise).
VERNIERS, L., Histoire de Forest-lez-Bruxelles, A. De Boeck, Brussel, 1949, pp. 29, 36.
VOKAER, J.-P., Par les rues de Forest. Etude sur la toponymie locale, Brussel, 1944, pp. 80, 89, 134, 134-137.