Van Waterloosesteenweg naar kruispunt met Felix Delhassestraat en Henri Wafelaertsstraat. Rechtlijnig verloop.

Straat aangelegd bij K.B. van 17.10.1877, met een industriële bestemming, nu enigszins verloochend door de reconversie van de oude ijskelders (zie nr. 14-18) tot culturele ruimten.

Veelal bescheiden privé-woningen met neoclassicistische inslag vervolledigen het straatbeeld, namelijk op nr. 17 (1897), herbepleisterd, nr. 19 (1893), met fraaie gietijzeren borstwering, nr. 20 (1879), nr. 21 (1895), verhoogd (arch. Albert Huvenne, 1935) en met briketten bekleed (1942), nr. 25 (1897), nr. 26 (arch. Gustave Desteinbachberick, 1882), nu gedecapeerd en met toegevoegde erker, nr. 27, met achterliggend atelier, nr. 40 (arch. Arthur Nelissen, 1909, volgens De Keyser, G., 1996), en nr. 41 (1904). Op nr. 2-2a, op hoek met Waterloosesteenweg nr. 337, staat een lang hoekgebouw in neoclassicistische stijl van 1875, waarvan het interieur onlangs grondig gerenoveerd is. De eclectische stijl met polychroom parement vinden we terug op nr. 3 (arch. Léon Mortiaux, 1905), met garage (1945), nr. 10 (1883), gewijzigd, maar met behoud van fraai schrijnwerk (1957), nr. 29 (1897), met fries uit cementtegels, nr. 43 (1905), met origineel parement in rode en witte baksteen, en nr. 42, 45, 47, ensemble van drie identieke huizen gebouwd in 1906 (nr. 42) en 1905 en gekenmerkt door hoofdtravee geflankeerd door monumentale pilasters.

Op nr. 11 bouwt arch. Paul Hankar in 1896 een atelier in geometrische art-nouveaustijl voor de beeldhouwer Félix Coosemans. In 1953 wordt het jammer genoeg verbouwd tot appartementsgebouw door arch. Pierre Laloux en later met heldere tegels bekleed (Pierre Marchand, 1958). Door het nieuwe parement, nieuw ingebrachte vensters op de oorspronkelijk blinde verdieping en de verwijdering van oorspronkelijk decoratie zoals de als gestileerde honden uitgewerkte modillons, heeft het gebouw haar karakter verloren. Enkel de drie traveeën, de hardstenen sokkel en monumentale pilasters verwijzen naar de oorspronkelijk situatie.

Naast het monumentale ijskelderensemble (zie nr. 14-18), wijzen verschillende achterliggende ateliers op de industriële bestemming van de straat. Vaak hebben ze hun oorspronkelijk bestemming en uitzicht verloren, zoals op nr. 17 (schrijnwerkerij, 1895) of nr. 20, met achtergebouwen als opslagplaats (1904) en later garage (1931). Nr. 23 (1895) herbergt in oorsprong een industrieel schrijnwerkatelier aan de straatkant, in 1921 wordt het ‘Papeteries Joachim', om in 1926 te worden uitgebreid tot een fabriek van zakjes en verpakkingspapier. De achterbouw van nr. 25 is eerst een opslagplaats en hangar, maar wordt daarna gedeeltelijk tot woning omgevormd (1900) en verhoogd (1902). Op nr. 32 vestigt zich in 1923 de chocoladefabriek Géo Goosens n.o.v. arch. Louis Cardon. In 1936-1937 wordt ze uitgebreid, om in de jaren 1980 geïntegreerd te worden binnen het complex van NV Glimo (zie nr. 22, 24). Op nr. 38 huist sinds 1993 een fabrikant van industrieel ijs. Nr. 37-39 (1923) bevat kantoren, opslagruimten en werkplaatsen (autobenodigdheden…).

De IJskelderstraat krijgt vanaf 1899 een meer sociale rol toebedeelt door de bouw van het Hospice de vieillards Israélites (zie nr. 35-35a).

Het recente kantoorgebouw op nr. 4-6 n.o.v. arch. Luc Lesage, 1972, vervangt twee woningen van 1899 en staat op een perceel dat reikt tot Waterloosesteenweg nr. 339-341.

Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GASG/DS 3: 218 (1905), 39 (1945); 4-6: 1708 (1899), 83 (1972); 10: 58 (1883), 175 (1957); 11: 622 (1896), 211 (1953), 132 (1958); 17: 26 (1895), 53 (1897); 19: 3276 (1893); 20: (1879), 171 (1904), 305 (1931); 21-23: 2 (1895), 349 (1926), 171 (1935), 50 (1942); 25: 1907 (1899), 2001 (1900), 100 (1902); 26: 494 (1882); 31: 857 (1897); 32: 174 (1923), 26 (1936), 153 (1937), 74 (1983), 40 (1988); 33: 449 (1896); 35: 1882 (1899), 86 (1958), 13 (1965); 35a: 4 (1961), 67 (1992); 37: 124 (1923); 39-41: 124 (1923), 96 (1935); 40: 202 (1909); 41: 283 (1904); 42: 324 (1906); 43: 132 (1905); 45-47: 196 (1905).
CHDStG.

Publicaties en studies
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles. Saint-Gilles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiches 1, 5 et 12.
LOYER, F., Paul Hankar, Naissance de l'Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, pp. 190-191.
VAN SANTVOORT, L., Het 19de-eeuwse kunstenaarsatelier in Brussel (doctoraal proefschrift, sectie Kunstwetenschappen en Archeologie) VUB, Brussel, 1995-1996.