Typologie(ën)
burgerwoning
Ontwerper(s)
Jules DELSTANCHE – architect – 1931
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Art deco
Pittoreske architectuur
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2012-2013
id
Urban : 22224
Beschrijving
Burgerhuis in halfopen bebouwing met invloeden van art decoPeriode: 1920-1940
De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan
bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan
de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes,
die in 1925 in Parijs plaatsvond.
De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en
volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde
voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar
geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische
of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische
kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met
Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale
periode op de Brusselse architectuur.
De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele
bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan
kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend
beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk
maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe
grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en
spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of
in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote
glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken
(soms voorzien van een gestileerde koepel).
Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar
onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het
midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het
contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd
(badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals
marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd.
In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de
eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn
gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken,
waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich
laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een
elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot
een courante bouwstijl.
In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door
elementen van het modernisme te integreren en met name van de
scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie
“pakketbootstijl”). en pittoreskPeriode: ca. 1850-1930.De pittoreske architectuur ontstaat in Engeland in de context van de romantische beweging en laat zich vaak inspireren door verschillende historische stijlen die gecombineerd worden.Pittoreske architectuur verwijst naar een manier van ontwerpen waarbij in de eerste plaats naar een gevarieerde, verrassende en evocatieve visuele indruk wordt gestreefd. In plaats van strikte regels van symmetrie of compositie te volgen, geeft de stijl de voorkeur aan vrijheid, vormenspel en verscheidenheid van materialen om zo een levendige, bijna verhalende aanblik te creëren.In België doet de tendens zijn intrede bij het begin van de 20e eeuw - in het verlengde van de art nouveau - onder diverse streektypische invloeden, voornamelijk Anglo?Normandische of alpiene vormtalen. De stijl komt voor in parken, kuststeden, kuuroorden en in de stadsrand van grote steden (vakantievilla’s). Het gebouw en zijn tuin (of soms park) worden opgevat als een samenhangend geheel dat een schilderij vormt, een enscenering die de toeschouwer moet verrassen. De term “cottagestijl” wordt eveneens gebruikt, vooral in landelijke context, om bouwwerken aan te duiden die de nadruk leggen op het gebruik van traditionele materialen en technieken, naar het voorbeeld van de cottages in Engelse dorpen.In het Brussels Gewest komt de pittoreske tendens tot uiting in villa’s die vaak zijn ontworpen naar het voorbeeld van kleine landhuizen, een type dat kenmerkend is voor vele welgestelde buitenwijken en verkavelingen in België. Verder fungeert de stijl ook als inspiratiebron voor burgerhuizen in eclectische of laateclectische stijl, vaak in wijken met een zekere landschappelijke waarde (aan een park, pleintje, rond een vijver of eenvoudigweg een straat met bomenrijen of niet-bebouwde stroken die zijn ingericht als tuintjes).De karakteristieke elementen zijn de asymmetrie en de variatie aan vormen (torentje, dakkapel, erker, topgevel(s), imposante daken met meerdere vlakken en/of schilddaken of wolfdaken enz.), de materiaalvariatie (uiteenlopende kleuren en texturen), een overvloedige decoratie (smeedijzerwerk, schrijnwerk, glasramen, breuksteen, houten borstweringen, (imitatie) vakwerk, kroonlijst met lambrekijn enz.), een sterke relatie met het landschap, de tuin of de straat (onder meer door overgangsruimtes tussen binnen en buiten: uitspringende volumes, luifel, portaal, veranda) én een grote vrijheid in de compositie, zowel wat betreft de gevel als de plattegrond. karakter, n.o.v. architect Jules Delstanche, 1931.
Sluit een bijzonder homogene huizenrij in dezelfde stijl die begint op nr. 330 Lambermontlaan.
Gevel in oranjekleurige baksteen versierd met donkerder bakstenen, similiBepleistering ter imitatie van natuursteen., witsteen en hardsteen. Twee bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. van groene zandsteen. Breed uitkragende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Achthoekige oeils-de-boeufKleine ronde, ovale of achthoekige dakkapel; meestal in zink..
Voorgevel met ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. een rechthoekige voorbouw die boogvormig wordt in de hogere bouwlagen, bekroond door een beraapteMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Op de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., kleine driehoekige erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op bakstenen lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker.. Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de zijgevel. Op de centrale hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., trapezoïdale voorbouw onder een drieledig dak op de benedenverdieping, links doorlopend boven een tweede toegang en bekroond door een terras voor een veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en toegangsdeur bewaard; raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen. Traliewerk van de afsluiting van het tuintje verdwenen.
Sluit een bijzonder homogene huizenrij in dezelfde stijl die begint op nr. 330 Lambermontlaan.
Gevel in oranjekleurige baksteen versierd met donkerder bakstenen, similiBepleistering ter imitatie van natuursteen., witsteen en hardsteen. Twee bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen. van groene zandsteen. Breed uitkragende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Achthoekige oeils-de-boeufKleine ronde, ovale of achthoekige dakkapel; meestal in zink..
Voorgevel met ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met op de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. een rechthoekige voorbouw die boogvormig wordt in de hogere bouwlagen, bekroond door een beraapteMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Op de toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., kleine driehoekige erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op bakstenen lampetNeerwaartse beëindiging, afhangende versiering als aanzet van een balkon of erker.. Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de zijgevel. Op de centrale hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., trapezoïdale voorbouw onder een drieledig dak op de benedenverdieping, links doorlopend boven een tweede toegang en bekroond door een terras voor een veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. met drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en toegangsdeur bewaard; raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. vervangen. Traliewerk van de afsluiting van het tuintje verdwenen.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 120-7.






















