De Artanstraat verbindt het Weldoenersplein met de Thomas Vinçottestraat en kruist het Kolonel Bremerplein en de Clayslaan.

De straat ligt in de Mont-Rosewijk, waarvan het stratenplan werd getekend door Octave Houssa, ingenieur der gemeentelijke Openbare Werken, goedgekeurd bij K.B. van 18.06.1903 en definitief goedgekeurd bij K.B. van 21.04.1906, samen met drie andere nieuwe Schaarbeekse wijken - Josaphatdal, Linthout en Monplaisir-Helmet. De straat werd aangelegd tussen 1907 en 1909.

De straat kreeg haar naam tijdens de gemeenteraadszitting van 10.10.1905 en is een eerbetoon aan de realistische schilder Louis Artan (Den Haag, 1837 – Oostduinkerke, 1890), die in Schaarbeek woonde.

De hoofdzakelijk residentiële straat werd voor het grootste deel tussen 1907 en 1911 bebouwd, met eengezinswoningen of opbrengstwoningen in eclectische stijl. De percelen die na de Eerste Wereldoorlog nog onbebouwd waren, vooral aan het einde van het eerste straatgedeelte en aan de pare zijde van het tweede, werden tussen 1922 en 1935 bebouwd met huizen en opbrengstwoningen in eclectische stijl of met invloeden van Beaux-Artsstijl of art deco, alsook enkele modernistische appartementsgebouwen.

Artanstraat 134 tot 142 (foto 2012).

De gebouwen uit ca. 1910 vormen bijzonder homogene huizenrijen, zoals die van nr. 90 tot 94, 105 tot 111 en 134 tot 142 (zie deze nummers). Vermelden we binnen deze bebouwing nr. 148 (1910), 150 (n.o.v. architect Clément Degraeve, 1911) en 152 (1911), en een geheel van twee opbrengsthuizen met commerciële benedenverdieping op de hoek met de Clayslaan en de François Bossaertsstraat, n.o.v. architect Aug. De Roij in 1909 (Artanstraat nr. 104-104a en François Bossaertsstraat nr. 2, Artanstraat nr. 104b). Aan het begin van de straat ontwierp architect Henri Jacobs niet minder dan twaalf huizen in 1909, i.o.v. aannemer Aug. Leblicq (zie nr. 1, 5 en 7, 4 en 8 tot 22). Sommige woningen hebben gevels met invloeden van de renaissance- of Barokstijl, zoals nr. 128 en 44, respectievelijk n.o.v. architecten Ernest Chaineux en Joseph Diongre. Ze behaalden de zilveren en gouden medaille in de gevelwedstrijden van Schaarbeek van 1910-1911 en 1911-1912 (zie deze nummers).

In het tweede straatgedeelte, aan onpare zijde, stemt een schuin perceel overeen met het perceel dat langs het tweede gedeelte van de Trooststraat lag, nu de Thomas Vinçottestraat. Tussen nr. 113 en 115-115b ligt de tuin van rusthuis Albert de Latour, het voormalige tehuis voor behoeftige ouden van dagen ontworpen omstreeks 1882 (Thomas Vinçottestraat nr. 36). Nr. 115-115b, nu met garages bebouwd, maakte oorspronkelijk deel uit van het eigendom van kunstschilder Georges Léonard de Saint Cyr maar werd in tweeën gesneden toen de Artanstraat werd aangelegd. Er bevond zich een tuinbouwbedrijf met ingang aan de Trooststraat (zie Thomas Vinçottestraat nr. 42), aangevuld met een tweede ingang aan de Clayslaan (zie nr. 67). Nr. 117a ligt op een klein driehoekig perceel en werd in 1911 ontworpen door meetkundig schatter Raymond Courouble.

Artanstraat 120, voormalige stallingen uit 1913 i.o.v. de [i]Société anonyme de l’Union économique[/i] (foto 2012).

Aan pare zijde is de ruimte binnen het huizenblok dicht bebouwd. Op nr. 116 (zie dit nummer), een huis ontworpen in 1910 door architect Edmond Serneels voor de firma in koloniale waren Wouters Frères, in datzelfde jaar achteraan aangevuld met een opslagplaats en stallingen. Deze gebouwen werden in de jaren 1990 uitgebreid en tot kantoren omgevormd (architectuuratelier Acrotère). Ernaast, op nr. 118 en 120, ligt een groot L-vormig terrein, voormalig eigendom van een coöperatieve bakkerij opgericht in 1890, de Société Anonyme de l'Union Économique, met toegang in Thomas Vinçottestraat nr. 68. Deze firma liet er in 1908 een L-vormig gebouw met bijhorende gebouwen onder sheddak optrekken, en in 1913 stallingen (nr. 120) en een inrijpoort versierd met een nu gewijzigd sgraffitodecor aan de Artanstraat (nr. 118). In de loop der jaren werden er diverse volumes aan toegevoegd. Nr. 124-126 is een herenhuis ontworpen in 1910 door architect Georges Dhaeyer i.o.v. aannemer-decorateur Paul Sohnchen, waarvan het atelier achteraan, vergroot in 1924 (n.o.v. architect Alexandre Verbist), bij nr. 118-120 is gevoegd. Op nr. 144, ten slotte, leidt een laan naar een groot perceel waarop vóór 1909 een L-vormige woning werd gebouwd waaraan in datzelfde jaar een drukkersatelier werd toegevoegd. In 1912 werd het eigendom ingenomen door de Patronage Sainte-Alice, die er in 1914 en 1916 twee klassenvleugels in eclectische stijl liet bouwen. Een laatste gebouw werd in 1958 opgetrokken. In het complex bevindt zich nu onder meer de parochiezaal Sint-Aleydis.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAS/DS 104-104a, 104b: 16-140; 117a: 16-117a; 118-120: 16-118, 255-68, 54- ?; 124-126: 16-124-126; 144: 16-144; 148: 16-148; 150: 16-150; 152: 16-152. GAS/OW Infrastructuur 175.
GAS/OW Dénomination des rues III.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, 1902, pp. 638, 648.

Publicaties en studies

DEBOURSE, X., Schaerbeek. Parcours d'Artistes, Arobase Édition, Brussel, 2009, p. 12.
FISCHER, F., Notice sur les grands travaux de Schaerbeek (Premier Congrès international et Exposition comparée des Villes), Brussel, Imprimerie Ferdinand Denis, 1913, p. 7 in: Bulletin communal de Schaerbeek, 1913, p. 438.
Eglise et paroisse Sainte-Alice 1954 Schaerbeek, Editions Charitas, Schaerbeek, 1954, s.d.