Romaans
Stijlen
Het woord vertalen in het Frans
11de eeuw – 13e eeuw.
De Romaanse architectuur ontstond in een periode van relatieve politieke stabiliteit na de invasies en onrusten van de vroege middeleeuwen. Ze ontwikkelde zich tegelijkertijd in Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, van waaruit ze zich over heel Europa verspreidde. De stijl putte inspiratie uit de Karolingische en Ottomaanse architectuur, die op hun beurt hun vormentaal baseerden op Romeinse en Byzantijnse voorbeelden.
De Romaanse stijl kan beschouwd worden als de eerste grote kunststijl van het middeleeuwse Europa. Haar opkomst en verspreiding waren het resultaat van intensieve culturele uitwisselingen en religieuze dynamiek, met name vanuit het kloosterleven en de pelgrimsroutes. Ze werd vooral toegepast op religieuze architectuur, zoals kathedralen, kerken en kloosters.
Kenmerkend voor Romaanse cultusgebouwen zijn massieve stenen muren met kleine rondboogvormige muuropeningen en rijkelijk gedecoreerde muurschilderingen. Decoratieve elementen maken veelvuldig gebruik van rondbogen, terugkerend in portalen, friezen, nissen en lisenen. Overdekking gebeurt doorgaans met een vlak houten gewelf, en minder vaak met stenen ton-, kruis- of koepelgewelven. Het grondplan is meestal een Latijns kruis met zijbeuken, en onder het koor bevindt zich vaak een crypte, bedoeld als begraafplaats of voor de bewaring van relieken.
In Brussel zijn nauwelijks Romaanse kerken in hun oorspronkelijke toestand bewaard gebleven. De meeste cultusgebouwen zijn door de eeuwen heen vergroot, gemoderniseerd of gerestaureerd, waardoor vandaag slechts fragmentarische delen van deze eerste, historische fase van de bouwgeschiedenis zichtbaar zijn.
De Romaanse architectuur ontstond in een periode van relatieve politieke stabiliteit na de invasies en onrusten van de vroege middeleeuwen. Ze ontwikkelde zich tegelijkertijd in Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, van waaruit ze zich over heel Europa verspreidde. De stijl putte inspiratie uit de Karolingische en Ottomaanse architectuur, die op hun beurt hun vormentaal baseerden op Romeinse en Byzantijnse voorbeelden.
De Romaanse stijl kan beschouwd worden als de eerste grote kunststijl van het middeleeuwse Europa. Haar opkomst en verspreiding waren het resultaat van intensieve culturele uitwisselingen en religieuze dynamiek, met name vanuit het kloosterleven en de pelgrimsroutes. Ze werd vooral toegepast op religieuze architectuur, zoals kathedralen, kerken en kloosters.
Kenmerkend voor Romaanse cultusgebouwen zijn massieve stenen muren met kleine rondboogvormige muuropeningen en rijkelijk gedecoreerde muurschilderingen. Decoratieve elementen maken veelvuldig gebruik van rondbogen, terugkerend in portalen, friezen, nissen en lisenen. Overdekking gebeurt doorgaans met een vlak houten gewelf, en minder vaak met stenen ton-, kruis- of koepelgewelven. Het grondplan is meestal een Latijns kruis met zijbeuken, en onder het koor bevindt zich vaak een crypte, bedoeld als begraafplaats of voor de bewaring van relieken.
In Brussel zijn nauwelijks Romaanse kerken in hun oorspronkelijke toestand bewaard gebleven. De meeste cultusgebouwen zijn door de eeuwen heen vergroot, gemoderniseerd of gerestaureerd, waardoor vandaag slechts fragmentarische delen van deze eerste, historische fase van de bouwgeschiedenis zichtbaar zijn.
































