Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Traditionalistische architectuur

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2011-2013

id

Urban : 21563
lees meer

Beschrijving

Burgerwoning in traditionalistischePeriode: vanaf 1920 Traditionalistische architectuur duidt een manier van bouwen aan die zich bewust laat inspireren door vormen, materialen en vakmanschap uit het verleden. Het gaat om een houding die inzet op continuïteit en niet op een breuk met het voorgaande. De traditionalistische architectuur probeert geen volledig nieuwe stijl uit te vinden, maar veeleer de bouwkundige tradities van een streek, een land of een tijdperk te respecteren, te behouden of te herinterpreteren. Die tendens komt onder meer tot uiting na de twee wereldoorlogen: traditionalisten willen de stad identiek heropbouwen om zo het beeld van de oude stad te behouden. Zij verzetten zich tegen de modernisten, die het verleden volledig willen uitwissen. Kenmerkend voor traditionalistische architectuur is het gebruik van lokale of traditionele materialen (steen, baksteen, leisteen, hout), soms gecombineerd met moderne technieken en klassieke vormen en proporties (symmetrie, hellende daken, regelmatige gevelopeningen). Traditionalistische architectuur behoort niet tot één welbepaalde periode: het is vooral een architecturale houding die op verschillende momenten opnieuw verschijnt, vaak als reactie op snelle veranderingen of op bewegingen die als te vernieuwend worden beschouwd. Het traditionalisme beleefde met name een heropleving tijdens de jaren 1980-2000, als reactie op architectuur die als anoniem werd ervaren (grote gehelen, commerciële zones) stijl, gebouwd i.o.v. de Compagnie Générale d'Entreprises Immobilières (COGENI), 1927.

Drie bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de verdiepingen. Gevel in oranjekleurige baksteen met witstenen elementen. Witstenen benedenverdieping met centrale glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter een terras met een opengewerkteOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., met in de onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. de garagepoort. Op de linkertravee, licht inspringende trapezoïdale gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op de verdiepingen. RondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. muuropeningen op de benedenverdieping, rechthoekige op de verdiepingen, waar ze van een smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… vensterleuningLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal. zijn voorzien. DakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.; links onder tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak.. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  deels bewaard.

Achteruitbouwstrook met oorspronkelijk traliewerk.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 113-44.