Typologie(ën)
pastorie
Ontwerper(s)
François FABRY – aannemer – 1869
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Landelijke architectuur
Inventaris(sen)
- Het monumentale erfgoed van België. Sint-Pieters-Woluwe (DMS-DML - 2002-2009, 2014)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2006
id
Urban : 17633
Beschrijving
De
pastorij van de Onze-Lieve-Vrouwkerk werd opgericht na de omvorming van de kapelanie
van Stokkel tot volwaardige parochie volgens KB van 05.06.1863. Stokkel
behoorde voordien tot de Sint-Pietersparochie van Sint-Pieters-Woluwe. De bouw
van de pastorie werd in 1869 toevertrouwd aan (aannemer) François Fabry uit
Schaarbeek, wiens offerte 13.998 frank bedroeg (JANSEGERS, J., 1963, p. 27).
Het gebouw heeft de gebruikelijke bescheidenheid van landelijkePeriode:
18e – 19e – begin 20e eeuw
De landelijke architectuur verwijst naar een kenmerkende bouwwijze die
voornamelijk bestaat uit boerderijen en landelijke woningen, opgetrokken tussen
de 18e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Tot het midden van de 19e eeuw was
dit type bebouwing wijdverspreid in de Brusselse voorsteden, die toen nog een
overwegend landelijk landschap kenden. De bebouwing concentreerde zich vooral
rond parochiekerken, in gehuchten, en langs de belangrijkste verkeersassen.
Deze bouwwijze, die binnen de vernaculaire architectuur valt, vertoont
specifieke architecturale en materiële kenmerken die getuigen van lokale
grondstoffen en traditionele vakkennis.
De boerderijen komen doorgaans overeen met kleinschalige landbouwbedrijven. Ze
bestaan uit een rechthoekige woning, laag en zonder verdieping, die parallel of
loodrecht op de weg is geplaatst. De ruimte tussen de weg en de boerderij
fungeert als erf. Tot het einde van de 19e eeuw was de stal rechtstreeks
verbonden met de woning en vormde zo één geheel. Bijgebouwen (schuur, berging,
werkplaats, hooizolder) konden dit geheel aanvullen, afhankelijk van de
middelen van de eigenaar.
De vierkanthoeve is een variant van dit type, georganiseerd als een gesloten
vierhoek of U-vorm rond een centrale binnenplaats. Deze binnenplaats bevatte
vaak een mestput, een waterput, een drinkbak of een duiventil. Soms werd de
straatzijde van de vleugel monumentaler vormgegeven met een poortgebouw.
De constructietechniek maakt voornamelijk gebruik van lokale materialen:
baksteen, kalkmortel, pleister en natuursteen (vooral voor sokkels en
omlijstingen van openingen). De daken, rustend op een houten gebinte, zijn
bedekt met riet, pannen of soms leien. De openingen zijn, indien later niet
aangepast, zelden uitgelijnd en vaak van verschillende afmetingen. Sommige
behouden hun oorspronkelijke houten latei. Ook zijn ijzeren muurankers
zichtbaar in hoefijzer-, I- of X-vorm in de gevels en/of zijgevels.
De landelijke woningen (vaak verbonden met tuinbouw) volgen een herkenbare
typologie: een eenvoudig, compact bakstenen volume, een gepleisterde of
geschilderde gevel, een indeling in traveeën over één niveau met attiek, en een
poortdeur die toegang geeft tot een achterliggende berging. pastorieën,
aangezien Stokkel ten tijde van de bouw nog slechts een gehucht op het
Brabantse platteland was.
De pastorij ligt op ongeveer tien meter van de Onze-Lieve-Vrouwkerk en is een sober bakstenen vrijstaand gebouw met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels onder een schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.. Aan de rechterkant werd een bijgebouw met plat dak gebouwd (1938). Het gebouw is verdeeld in twee delen, met een centrale inkom en gang in het midden. De symmetrische voor- en achtergevel hebben elk vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Aan de straatkant markeert een puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. de centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht..
De pastorij ligt op ongeveer tien meter van de Onze-Lieve-Vrouwkerk en is een sober bakstenen vrijstaand gebouw met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevels onder een schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.. Aan de rechterkant werd een bijgebouw met plat dak gebouwd (1938). Het gebouw is verdeeld in twee delen, met een centrale inkom en gang in het midden. De symmetrische voor- en achtergevel hebben elk vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Aan de straatkant markeert een puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. de centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht..
Bronnen
Archieven
GASPW/DS 324 (1938).









