Rechte laan van Julius Caesarlaan tot Blauwe Vogellaan waar ze vervolgens doorloopt in de Vrijwilligerslaan (Etterbeek). Tracé goedgekeurd vlg. K.B. van 23.07.1925 en deel uitmakend van het algemeen plan van aanleg “Bemelkwartier” (cf Julius Caesarlaan). Het stuk voorzien vanaf de Julius Caesarlaan tot de Bemelstraat ter hoogte van het Park van Woluwe werd nooit aangelegd.

In de jaren 1930 behoorde het westelijke deel, richting Etterbeek, van de laan nog tot de Roger Vandendriesschelaan, het oostelijke deel werd avenue de l'Océan (Oceaanlaan) genoemd. Vanaf de jaren 1950 kreeg het zijn huidige naam, genoemd naar aanvoerder van de 4de Lansiers bij het offensief van 27-09-1918.

Het kruispunt met de Julius Caesarlaan wordt gesierd door een driehoekig plantsoen met stenen beeldhouwwerk: “De verloofden” n.o.v. lokale beeldhouwster Henriette Calais (1863-1951), 1900. Oorspronkelijk deel uitmakend van een groter ontwerp “De liefdesfontein”, bestemd voor het Josaphatpark te Schaarbeek waar een bron dezelfde naam draagt. Na de dood van H. Calais werd “De verloofden” uitgevoerd door beeldhouwer Charles Verhasselt en in 1962 ingehuldigd op de huidige locatie.

Bebouwing van de laan dateert voornamelijk uit de jaren 1950 en 1960 met ééngezinswoningen (grotendeels gesloten en halfopen bebouwing) van het bel-etagetype of klein appartementsgebouwen tot vier bouwlagen onder mansarde. Allemaal bestaan ze uit bakstenen of simili-gevels met dito elementen refererend naar het klassieke architectuurvocabularium. Allen met dalende inrit voor garage en toegangsdeur(en).

Vermeldenswaard is nr 49 n.o.v. arch. F. Besançon & H. Mereaux, 1955, met ruwe hardstenen gevel en uitstekende vensteromlijsting, kenmerkend voor de jaren 1950. Naast nr 51 een elektriciteitscabine, 1931, een rechthoekig, bakstenen volume van één bouwlaag met spiegels en pilasters.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GASPW/DS 88 (1931); 49: 85 (1955).

Publicaties en studies
DEROM, P., Les sculptures de Bruxelles. Inventaire des sculptures publiques, Galerie P. Derom, Brussel, 2002, p. 136.