Typologie(ën)

tuinwijk

Ontwerper(s)

Michel BENOITarchitect1969-1978

Jean DE SALLEarchitect1969-1978

Thierry VERBISTarchitect1969-1978

GROUPE AUSIAarchitectenbureau1969-1978

Stijlen

Modernisme

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Inventaris van het Hedendaags Erfgoed (Urbat - 1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
  • Erfgoedinventaris van de sociale woningbouw (La Fonderie - 2005)
  • Het monumentale erfgoed van België. Sint-Pieters-Woluwe (DMS-DML - 2002-2009, 2014)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Landschappelijk
  • Wetenschappelijk
  • Sociaal
  • Technisch
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

2006

id [nl]

Urban : 17608
lees meer

Beschrijving

Sociale woonwijk n.o.v. architectengroep AUSIA: Michel Benoît, Jean De Salle en Thierry Verbist, 1969. Bouwvergunning toegekend in 1973, eerste steen gelegd in maart 1974 en eerste woningen betrokken in september 1978.

 

Pilootproject waarbij woningen voor valide mensen gecombineerd worden met een beperkt aantal wooneenheden voor mindervaliden. Op deze manier tracht men het zelfstandig wonen van mindervaliden te promoten en te integreren binnen een breder sociaal weefsel. De autonomie van deze laatste groep wordt bovendien gewaarborgd door aangepaste architecturale oplossingen, onder andere voor wat de bewegingsruimte voor rolstoelen betreft.

Eerste experiment op dit vlak in België. De Vriendschapswijk houdt het midden tussen een tuinwijk en een complex met collectieve voorzieningen. Het heeft grote invloed uitgeoefend op andere gehelen gebouwd door de groep AUSIA, onder meer Les Venelles (zie beschrijving De Drevekens) en de studentenwoningen op de campus van UCL in Sint-Lambrechts-Woluwe.

 

De aanzet tot de ontwikkeling van de wijk werd in de jaren 1960 gegeven door ‘Amitiés', een kleine groep jonge mensen, die valide en minder valide mensen bijeenbracht en zich voornamelijk boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. over de eenzaamheidproblematiek van mindervaliden. Nadat mevr. Ganshof van der Mersh een terrein van drie hectare in Sint-Pieters-Woluwe aan de groep had nagelaten en, na tal van verwikkelingen, ‘Amitiés' in 1966 werd omgevormd tot vzw ‘Association nationale pour le logement des handicapés', kon de ontwikkeling van de wijk starten. Om het project te kunnen verwezenlijken stond de vereniging haar terrein onder bepaalde voorwaarden af aan de Nationale Huisvestingsmaatschappij, op die manier kon de maatschappij meewerken aan de onderneming en de selectie van mindervaliden organiseren.

 

Aanvankelijk zou men in twee fasen 600 woningen bouwen, maar enkel de eerste fase werd voltooid. Deze bestaat uit 329 woningen, waarvan 15% bestemd is voor motorisch gehandicapten. Deze wooneenheden zijn over de hele wijk verspreid om sociale afzondering te voorkomen. Om dezelfde reden zijn ook woningen van valide personen toegankelijk voor mindervaliden.

Vriendschapswijk, paneel met plan van de wijk (foto 2005).

Het project kwam kort na mei 1968 tot stand en verzette zich tegen het toen gebruikelijke stedenbouwkundige model met afzonderlijke woonblokken. Het sluit aan bij een gevarieerd stedelijk patroon met dooreenlopende straten en aaneensluitende bebouwing. De hoogte van de gebouwen werd bewust beperkt om het geheel leefbaarder te maken. Deze meer menselijke stedenbouw wordt verder gekenmerkt door een variatie aan volumes en de typische dakbehandeling die het project een landelijk, gemoedelijke sfeer verleent.

 

De Vriendschapswijk is autovrij en dit in tegenstelling tot de meeste grote gehelen van de jaren 1950 en 1960 die eerder veel ruimte voorzagen voor autoverkeer. Net als in Louvain-la-Neuve, heeft het geheel een grote ondergrondse parking waar bewoners en bezoekers meteen hun wagen kwijt kunnen. Het wegennet voor voetgangers is erg uitgebreid en verscheiden. Op sommige plaatsen verbreden de paden zich tot rustige hoekjes en pleintjes met banken die het contact tussen de bewoners dienen te bevorderen. Alle horizontale circulatieassen zijn vlak om de circulatie met rolstoelen te vergemakkelijken. De verticale circulatie gebeurt via ruime beglaasde liften, gelegen aan beide uiteinden van elk appartementsgebouw. Naast de liftkooien zijn trappen in gewapend beton voorzien.

Vriendschapswijk, dwarsdoorsnede (A+, 60, 1979, p. 18).

Langs de meeste straten van de wijk liggen aan de ene kant appartementsgebouwen en aan de andere kant rijen eengezinswoningen. Deze hebben drie of vier slaapkamers en tellen een, twee of soms drie bouwlagen. De zeven appartementsgebouwen tellen drie tot zes verdiepingen en hebben appartementen met een tot vier slaapkamers, naast studio's. Op elke verdieping geven deze wooneenheden uit op een gang die over de hele lengte van het gebouw doorloopt en geritmeerd wordt door schuin geplaatste inkomdeuren.

 

De diversiteit van de volumes beantwoordt aan de diversiteit van de voorziene woningen. Nochtans zijn de woningen allen volgens hetzelfde basisstramien ontworpen: de dragende constructie van de appartementsgebouwen bestaat uit scheidingsmuren in gewapend beton (tunnelbekistingstechniek) die telkens zes meter evenwijdig van elkaar staan. Een basisflat bestaat dus uit een traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van zes meter, terwijl grote appartementen ontstaan door de toevoeging van extra ruimte uit de aangrenzende travee(ën) (vb. een toegevoegde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van zes meter resulteert in een appartement met twee slaapkamers; een extra halve traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) resulteert in een appartement met één slaapkamer, enz.).

Vriendschapswijk, Wildehoek vanaf de zuidelijke galerij (foto 2005).

Hoewel het volumespel bewust gevarieerd is, zorgt de gemeenschappelijk architectuurtaal voor een evenwichtig geheel. De zijgevels zijn blindZonder opening; blind venster, schijnopening., maar de lange voorgevels hebben tal van grote venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Vaak zijn deze venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. dieper gelegen zodat kleine terrassen ontstaan.

 

Het volumespel is erg gevarieerd, ook wat materiaalkeuze betreft. De galerijen zijn in naakt beton, terwijl de overgang tussen de successief inspringende verdiepingen verzacht worden door met leisteen bedekte hellende verbindingen. Ook de daken zijn visueel belangrijk en gevarieerd. Hun hellingen hebben meestal twee niveaus en beginnen in sommige traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de voet van het gebouw. Meestal wordt de dakhelling onderbroken door een inspringend dakterras.

De deuren en liftkooien zijn in levendige kleuren geschilderd – blauw, geel, rood... –, en verschillen van straat tot straat. De straatnaam verwijst bovendien naar dit kleurenspel, vb. Gele Hoekstraat, Blauwe Hemelstraat of Kersentijdstraat. De traphallen zijn op de benedenverdieping verfraaid met ornamentenNiet-zelfstandig sierelement om een voorwerp of gebouw op te luisteren. in haut-reliëf. Een hyperrealistische buste van een paar vormt er een soort leidmotief.

Bronnen

Archieven
GASPW/DS 70 (1973).


Publicaties en studies
Het merkwaardig patrimonium in de Brusselse sociale-huisvestingssector, Brussel, 2000, pp. 82-83.

Inventaris van de volkswoningen te Brussel, Sint-Lukaswerkgemeenschap, 2 vol., 1985, p. 1063.

LOZE, P., AUSIA, Michel Benoît & Thierry Verbiest, Architecture, Bruxelles, Didier Hatier, 1990, pp. 34-35.


Tijdschriften
“La cité de l'amitié”, A+, 0, 1973, pp. 31-34.

“Cité de L'Amitié à Woluwe-St-Pierre”, A+, 60, 1979, pp. 17-22.

LEBLIQ, C., “L'amitié autour d'une cité”, Habiter, 78, [1979], pp. 32-37.


Websites
Internetsite van de ‘Association nationale pour le logement des handicapés': http://www.anlh.be/