Deze lange en rechte verkeersweg verbindt de Albertlaan met de Charleroise Steenweg en ligt hoofdzakelijk op het grondgebied van de gemeente Sint-Gillis: enkel de Royal Building (zie nr.146-152), op de hoek met de Albertlaan, bevindt zich op grondgebied Vorst.

Eerste deel tot aan de Waterloosesteenweg aangelegd bij K.B. van 10.10.1877, op basis van plan van Victor Besme, met de afschaffing van een deel van de oude Hoeyweg voor de bouw van de gevangenis en de aanleg van een nieuwe straat. Bij K.B. van 27.12.1888 werd de straat verlengd van de Waterloosesteenweg tot aan de Charleroisesteenweg. De aanleg van de laan, net als die van de Albertlaan, paste in de context van de bouw van de gevangenissen van Vorst en Sint-Gillis die vanaf 1875 werd gepland.

Voormalige rue des Bulgares, naamswijziging besproken in gemeenteraad van 20.5.1886. 

De naam van de laan is een eerbetoon aan Edouard Ducpétiaux (1804-1868), die zijn hele loopbaan wijdde aan de studie van het gevangeniswezen. Van 1830 tot 1861 was hij Algemeen Inspecteur van de Gevangenissen en Liefdadigheidsinstellingen. Hij was een groot voorstander van de morele idee van verbetering door opsluiting en totaal isolement en vond een antwoord op de nieuwe strafrechtelijke uitdagingen in de cellulaire architectuur, waarbij de gevangene dag en nacht in een cel wordt ondergebracht. E. Ducpétiaux schreef talrijke werken, waaronder Architecture des prisons cellulaires. Étude d’un programme pour la construction des prisons cellulaires (Brussel, 1863).

E. Ducpétiaux kreeg van de regering en het parlement de kredieten die hem in staat stelden alle Belgische gevangenissen te vervangen door nieuwe gebouwen die, volgens het principe van het panopticisme (1791), een stervormige plattegrond hadden met vleugels vertrekkend vanuit een centrale bewakingskern bekroond door een gewelf. Zijn geschriften inspireerden de plannen voor de gevangenis van Sint-Gillis, gelegen op een groot terrein ten zuiden van de laan, tegenover het Antoine Delporteplein. De gevangenis van Vorst (1910) is een van de laatste Belgische gevangenissen die volgens dit model werd gebouwd (zie Verbindingslaan nr.50A-52).

Bebouwd tussen 1891 en 1933 met afwisselend statige herenhuizen en bescheidener woningen, hoofdzakelijk in eclectische stijl met polychroom parement, soms versierd met sgraffitopanelen. Sommige soberder gevels hebben een neoclassicistische inslag, zoals de realisaties van arch. Antoine Van Bolle (nr. 2 en 36, 1896), Eugène Froidebise (nr. 1 op hoek met Spanjestraat, 1899) en Jean Maelschalck (nr. 34 op hoek met Waterloosesteenweg nr. 329, 1895). Nr. 114 en 116, twee eclectische gebouwen (1909), respectievelijk met neoclassicistische inslag en met polychroom parement, dragen de handtekening van ingenieur Gustave Dangoise. Tussen de Waterloosesteenweg en het A. Delporteplein trekken mooie constructies in neo-Vlaamse renaissancestijl (zie o.a. nr. 38) de aandacht. Ook veel art nouveau, zoals de realisaties van arch. Armand Van Waesberghe (zie nr. 18, 20). Sommige woningen hebben hun cachet verloren. Nr. 16 (1897), nr. 79-79a (1900) op hoek met Lombardijestraat en nr. 96 (1895) van arch. G. Harens (volgens De Keyser, G., 1996) werden verhoogd met een bouwlaag; nr. 7, 9 (1898) en 37, op hoek met Waterloosesteenweg nr. 327, kregen twee bouwlagen bij. In sommige huizen werd het schrijnwerk volledig of gedeeltelijk vervangen, zoals op nr. 45 (1896), 65 (1895), 81 (1898), 91 (1894), 93 (1894), 97 (1894), 99 (1905), 101 (1894), 107 (1893), 141 (1898) en 143 (1899). Nr. 43 (1896), 63 (1895) en 89 (1896) werden bekleed met briketten. Nr. 25, opgetrokken voor arch. Armand Hanssens n.o.v. arch. Paul Hankar (1894), werd eveneens met briketten bekleed. Het drielicht van de tweede bouwlaag werd trouwens in 1933 vervangen door een rechthoekige erker en het schrijnwerk werd helemaal vernieuwd. Benedenverdieping van opbrengsthuis op nr. 32 (1895), op hoek met Waterloosesteenweg nr. 378, werd in 1963 omgebouwd tot benzinestation. Op nr. 35 (1895), op hoek met Waterloosesteenweg, werd de benedenverdieping (handelsruimte sinds 1911) verschillende keren gewijzigd. Nr. 66 (1896) en 68 (1897) werden gesloopt voor een appartementsgebouw dat in 1984 opgetrokken werd. Door het optrekken van een ander gebouw in 1977, in gebruik als garage (nr. 102-104), moest een indrukwekkend huis (1903) van arch. Charles Neirynck verdwijnen. Op nr. 123, op hoek met A. Delporteplein, appartementsgebouw van 1989 (Jacques Aron, Frédéric De Becker en Pierre Puttemans).

Tehuis Jourdan, afgebroken (Verzameling postkaarten Dexia Bank, ca 1907).
Tehuis Jourdan, afgebroken (Verzameling postkaarten Dexia Bank, ca 1907).

Op nr. 135, op hoek met A. Diderichstraat (nr. 32, 34) en op het dwarsperceel met A. Bréartstraat nr. 108, werd op 23 februari 1963 het Home des Tilleuls ingehuldigd, een rusthuis n.o.v. arch. Gustave Pappaert van 1956. Het rusthuis verving het Hospice Jourdan in neo-Vlaamse renaissancestijl n.o.v. arch. édouard Francken van 1891. Op nr. 146-154, op hoek met Albertplein, hoog appartementsgebouw van 1962, opgetrokken door de firma Constructions rationnelles modernes.

Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAV/OW dossier 24 (Ducpétiauxlaan).
GASG/DS 1: 1671 (1899); 2: 568 (1896); 7 en 9: 1372 (1898); 186 (1922); 16: 1038 (1897); 25: 3675 (1894), 85 (1933); 32: 223 (1895) en Waterloosesteenweg 378: 100 (1963); 34: 195 (1895); 35: 257 (1895), 374 (1911); 36: 324 (1896); 43: 630 (1896), 172 (1953); 45: 468 (1896); 63 en 65: 3804 (1895); 66: 385 (1896); 68: 907 (1897); 66-68: 33 (1984); 79-79a: 2211 (1900), 27 (1952); 81: 1234 (1898); 89: 428 (1896); 91: 3712 (1894), 39 (1949); 93: 3620 (1894); 96: 23 (1895); 97: 3642 (1894); 99: 31 (1905); 102: 3785 (1895); 101: 3626 (1894); 104: 131 (1903), 1977-2 (1977); 107: 3233 (1893); 114 en 116: 166 (1909); 118: 350 (1907); 123: 205 (1989); 135: 102 (1956); 141: 1253 (1898); 143: 1571 (1899), 21 (1928); 146-154: 10 (1962).
Verzameling postkaarten Dexia Bank.

Publicaties en studies
DEMETER, S., GOOSSENS, O., JACQMIN, Y., et al., Architectuur in Sint-Gillis, Dienst Monumenten en landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 1999, pp. 14-15.
EYLENBOSCH, A., HUTCHINSON, A., Un lieu, des thèmes, les hommes, éd. Les Rencontres Saint-Gilloises, Brussel, 1988, pp. 117-118.
JACQUEMYNS, G., Histoire contemporaine du Grand-Bruxelles, Brussel, 1936, pp. 101, 208.
KEMPENEERS, J., Histoire d'Obbrussel-Saint-Gilles, Brussel, 1962, pp. 149-150.
LOYER, F., Paul Hankar. Naissance de l’Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, pp. 147, 180-185, 246, 256.
Saint-Gilles. Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU asbl, Brussel, 1988, pp. 76, 173.
VERNIERS, L., Histoire de Forest Lez Bruxelles, Brussel, 1949, pp. 200, 201.