Van de Ambiorixsquare naar het Daillyplein op Schaarbeek. Laatste straatgedeelte voorbij Notelaarsstraat, eveneens op deze gemeente. Van zuid naar noord doorkruist door de Eedgenotenstraat, Keizer Karelstraat, Troonsafstandsstraat en Notelaarsstraat.

Aangelegd volgens het rooilijnenplan van de Noord-Oostwijk, ontworpen door architect Gédéon Bordiau en goedgekeurd bij K.B. van 20.12.1875. De eerste twee straatgedeelten zijn weergegeven op het in 1881 opgestelde plan van Brussel van het Institut cartographique militaire. De twee volgende zijn in stippellijn aangegeven bovenop de structuur van het kerkhof van de Leopoldswijk dat zich uitstrekte tussen de Notelaarsstraat en de Keizer Karelstraat. Hoewel er vanaf 1877 geen begrafenissen meer plaatsvonden, werd het kerkhof pas ontruimd tussen 1890 en 1893 toen de graafwerken voor de nieuwe straten begonnen.

Het oude kerkhof van de Leopoldswijk en het tracé van de op dit terrein aan te leggen straten, waaronder de Brabançonnelaan, [i]Bruxelles et ses environs[/i], Institut cartographique militaire, 1881 (© KBR, Brussel, Kaarten en Plannen).

Zoals de meeste straten in de wijk verwijst de naam van de laan naar de geschiedenis van ons land. Hij werd goedgekeurd door de collegebesluiten van de Stad Brussel van 14.04 en 15.05.1877 en refereert aan het Belgische volkslied dat in 1830 werd geschreven door Jenneval (Louis Alexandre Dechet) en de componist François Van Campenhout.

Loods voor lijkkoetsen, gebouwd op het voormalige kerkhof van de Leopoldswijk, detail van het in 1881 door het Institut cartographique militaire opgestelde plan Bruxelles et ses environs, SAB/OW 16767.

Kort nadat het kerkhof ontruimd was, werd het terrein, aan onpare kant begrensd door de Lutherstraat, Notelaarsstraat en Brabançonnelaan, tussen 1893 en 1895 bebouwd met een loods voor lijkkoetsen, naar ontwerp van architect J. H. Waegeneer (zie Notelaarsstraat). Het in onbruik geraakte gebouw werd in de jaren 1950 vervangen door een groot flatgebouw, op het nr. 80-80a-80b in de Brabançonnelaan. Dit werd ontworpen door de architecten Alexis Dumont en Paul Goolaerts voor de ‘Société anonyme des Habitations à Bon Marché de l'Agglomération bruxelloise'. Op deze plaats bevond zich op hetzelfde terrein, op de hoek van de Lutherstraat en de Troonsafstandsstraat ook een elektrisch onderstation, in 1931 ontworpen door stadsarchitect François Malfait. Het werd gesloopt om plaats te maken voor een van de ingangen van de parking van het flatgebouw.

Op het laatste straatgedeelte van de Brabançonnelaan, aan pare kant, groot woningencomplex, in 1954 ontworpen door de architecten Alexis Dumont en Paul Goolaerts, ter vervanging van een voormalige loods voor lijkkoetsen  (foto 2006).

De rest van de laan is bebouwd met huizen in eclectische stijl of met neoclassicistische inslag, meestal ontworpen tussen 1894 en 1901. De meeste hoekpercelen zijn bebouwd met opbrengsthuizen met handelsruimte op de benedenverdieping.

In deze straat staan meerdere gebouwen van befaamde architecten. Onder meer Armand Van Waesberghe, die drie opmerkelijke huizen in art nouveau ontwierp (zie nr. 50, 52 en 76) en Antoine Aulbur, ontwerper van een geheel van drie woningen op de hoek met de Troonsafstandsstraat (zie nr. 78 en Troonsafstandsstraat nr. 15, 17).

Brabançonnelaan nr. 17, gebouw met atelier in achterhuis in 1894 ontworpen door architect Henri Van Massenhove voor constructeur van luxewagens (foto 2008).

Architect Henri Van Massenhove ontwierp zes gebouwen op de laan: nr. 11 (1896), 51 (1896) en 47 (zie deze nr.), zijn twee achtereenvolgende eigen woningen (zie nr. 7 en 49) en nr. 17, dat hij in 1894 ontwierp voor een constructeur van luxewagens. Achter nr. 15 tot 21 bevinden zich de grote ateliers van deze laatste. Oorspronkelijk waren hier onder meer een reparatieatelier en een ‘grote winkel voor het exposeren van auto's'. In 1897 werd het geheel uitgebreid met een hangar op nr. 15, die in 1935 werd vervangen door een modernistisch appartementsgebouw. In 1952 werden op de benedenverdieping van nr. 17 twee brede garagepoorten aangebracht. De gevel is bekroond met een topgevel met houten dakstoel. In 2006 was dit gebouw en zijn bijgebouwen nog in gebruik als garage.

Nr. 19, met een atelier in het achterhuis, werd vroeger bewoond door de aannemer Hubert Manne. Het werd in 1895 ontworpen door zijn familielid de architect L. Manne. Oorspronkelijk bezat het huis een topgevel met houten dakstoel. Aan het einde van de laan aan pare kant is een opmerkelijke topgevel bewaard (zie nr. 72).

Vermeldenswaard zijn drie opmerkelijke, niet gesigneerde huizen in eclectische stijl. Het ene heeft een elegant torentje op de hoek met de Keizer Karelstraat (zie nr. 54), de twee andere, met perfect bewaarde gevels, bevinden zich aan het begin van de laan (zie nr. 4 en 6).

De oorspronkelijke bebouwing werd hier en daar vervangen door recentere constructies. Het appartementsgebouw op nr. 18, in 1974 ontworpen door architect G. Soetewey in opdracht van de NV Amelinckx, vervangt vier huizen van 1898 en 1899. Het appartementsgebouw op nr. 85, in 1969 ontworpen door architect Pol L. Henri, vervangt drie huizen van 1900.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
SAB/OW kerkhof: 16520 (1887-1891); 11: 8235 (1896); 15: 8242 (1897), 46911 (1935); 17: 8228 (1894), 60043 (1952); 18: 84068 (1974); 19: 8234 (1895); 51: 8238 (1896); 80-80a-80b: 38040 (1931), 76200 (1944), 77603 (1954); 85: 8187 (1900), 85991 (1969).
SAB/PP 80-80a-80b: 3294 (1931).
SAB/Bulletin communal de Bruxelles, 1877, t. I, p. 315; 1890, t. I, pp. 23-30.
SAB/PP 953 (1875), 956-957 (1879).

Kaarten / plannen
Bruxelles et ses environs, Institut cartographique militaire, 1881 (Koninklijke Bibliotheek van België, Kaarten en Plannen).