De de Smet de Naeyerlaan is een heel lange, bochtige verkeersas die in het verlengde ligt van de Lakenselaan, ter hoogte van de Jetsesteenweg, op grondgebied Jette; ze mondt uit aan de Jean Sobieskilaan, waar haar eerste straatdeel evenwijdig loopt met de aanzet van de Witte-Acacialaan; daar vormt ze een oprit over de Sobieskibrug en boordt ze aan de zuidkant de Clementinasquare af. Enkel het einde van de laan bevindt zich op grondgebied Laken, vanaf het kruispunt gevormd door de Ernest Salustraat en de Jean Laumansstraat (nr. 498 tot 598 en 523 tot 653). Dit straatdeel kruist de Jean Heymansstraat, de Houba de Strooperlaan en de Emile Wautersstraat.

De laan werd verordend bij K.B. van 28.11.1895, op initiatief van koning Leopold II, en vormt het eerste uitgevoerde gedeelte van de grote ringlaan die het westelijke deel van de hoofdstad doorkruist en waarvan de oorsprong teruggaat tot het Plan d’ensemble pour l’extension et l’embellissement de l’Agglomération bruxelloise dat wegeninspecteur Victor Besme in 1866 had voorgesteld. De laan verbindt het Elisabethpark, in Koekelberg, met het park van Laken. Op vraag van de koning werd ze vernoemd naar graaf Paul de Smet de Naeyer (1843-1913), minister van Openbare Werken van 1899 tot 1907 en een groot medestander van de koning en diens plannen om imposante verkeersassen rond Brussel aan te leggen. De rooilijn van de laan aan onpare zijde werd herzien bij K.B. van 07.12.1906 en omvat een achteruitbouwstrook, behalve in het laatste straatdeel, waar de Witte-Acacialaan begint. De aanleg van de laan werd in 1909 voltooid in Laken en het jaar daarop in Jette. De laan heeft een centraal plantsoen beplant met een bomenrij en afgeboord door tramsporen. Onder de kruising met de Houba de Strooperlaan ligt metrostation Stuyvenbergh, dat een kunstwerk bevat dat in 1985 door Yves Bosquet werd ontworpen. Het bestaat uit verscheidene groepen beelden in geëmailleerde terracotta die onder meer koningin Elisabeth en de koninklijke familie voorstellen.

Op grondgebied Laken werd de laan tussen 1905 en 1914 bebouwd met woningen in overwegend eclectische stijl, zoals nr. 584, een opbrengstpand ontworpen voor decorateur K.de Gheldere in 1913. Vermelden we ook nr. 522, een gebouw uit 1909 dat in 1964 werd verbouwd. Tijdens het interbellum werd deze bebouwing aangevuld met woningen met invloed van de eclectische stijl, zoals nr. 582 (1921), 587 (1923), 621 en 623 (1925) of 544 (1928), of in art-decostijl, zoals nr. 555 (1934), 619 (n.o.v. architect Losange, 1937) of 607, een opbrengstpand ontworpen in 1932 voor rekening van architect Pierre Netels door Maurice Netels. Na de oorlog verrezen er ook verscheidene modernistische appartementsgebouwen, zoals nr. 571 (n.o.v. architect G. Franqui, 1962), 580 (n.o.v. architect Henri Van Mingeroet, 1968) en 547 (n.o.v. architect Jo. F. Draps, 1970).

Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
SAB/PP 3470 (1913).

SAB/OW 57110 (1903-1904), 57133 (1910-1922); 522: Laken 4021 (1909), 81865 (1964); 544: 38198 (1928); 547: 84065 (1970); 555: 43040 (1934); 571: 84018 (1962); 580: 82523 (1968); 582: 42305 (1921); 584: Laken 1689 (1913); 587: 49476 (1923); 607: 40249 (1932); 619: 51504 (1937); 621, 623: 53703 (1925).

Publicaties en studies
RANIERI, L., Leopold II urbaniste, Hayez, Brussel, 1973, p. 73.

VAN KRIEKINGE, D., Essai de toponymie laekenoise, Laken, 1995, s. p.
VAN NIEUWENHUYSEN, P., Toponymie van Laken (doctoraatsverhandeling in de Germaanse Filologie), UCL, Louvain-la-Neuve, 1998, p. 693.

Kaarten / plannen
BESME, V., Plan d’ensemble pour l’extension et l’embellissement de l’Agglomération bruxelloise, 1866.